
1 |
In een flatgebouw zijn 60 witte deuren en ook nog 18 rode deuren. Hoeveel deuren heeft het flatgebouw?
_______________________78_______________________ deuren
|
||||||||||||||||||||||||
2 |
Stella kijkt op de klok in de klas en het is kwart voor 10. Welke klok ziet Stella?
X
|
||||||||||||||||||||||||
3 |
Annemijn en Nina verkopen kettingen. Een ketting kost 5 euro. Ze halen 10 euro op. Hoeveel kettingen hebben de meisjes verkocht?
_______________________2_______________________ kettingen
|
||||||||||||||||||||||||
4 |
De winkelier moet 88 dozen uitpakken. 50 dozen zijn al gedaan. Hoeveel dozen moet hij nog?
_______________________38_______________________ dozen
|
||||||||||||||||||||||||
5 |
In de kamer branden 12 kaarsen. Tycho blaast de helft van de kaarsen uit. Hoeveel kaarsen blijven er nog branden?
_______________________6_______________________ kaarsen
|
||||||||||||||||||||||||
6 |
De buschauffeur moet 93 kilometer rijden. Hij heeft al 20 kilometer gehad. Hoeveel kilometer moet hij nog rijden?
_______________________73_______________________ kilometer
|
||||||||||||||||||||||||
7 |
Boer Timo moet 40 schapen scheren. Hij heeft er al 35 gedaan. Hoeveel schapen moet boer Timo nog doen?
_______________________5_______________________ schapen
|
||||||||||||||||||||||||
8 |
Suze haalt boodschappen en moet 92 euro betalen. Hoe kan ze precies gepast betalen?
|
||||||||||||||||||||||||
9 |
De twee vrienden hebben allebei evenveel pannenkoeken gegeten. Samen hebben ze 8 pannenkoeken gegeten. Hoeveel pannenkoeken hebben ze elk gegeten?
_______________________4_______________________ pannenkoeken
|
||||||||||||||||||||||||
10 |
Oma moet bij de kassa 15 euro betalen. Ze geeft een briefje van 5 euro. Hoeveel munten van 2 euro moet ze erbij geven?
_______________________5_______________________ munten
|
Copyright 2024 © Redactiesommen.nl
Privacy beleid
Kijk ook eens op www.rekenspelletjes.nu en bijdeles.online (quiz taal/rekenen/spelling)












