Oefenwereld.nl: Maak alle website reclamevrij! Spellingoefenen.nl: Spelling oefenen voor groep 3,4,5,6,7 en 8 Taaloefenen.nl: Taal oefenen voor groep 3,4,5,6,7 en 8 Sommenoefenen.nl: Sommen oefenen voor groep 3,4,5,6,7 en 8 Redactiesommen.nl: Cito rekenen met verhaaltjessommen


Naam: ___________________________________       Niveau: Groep 8 - Doorstroomtoets


1
Een pak pure hagelslag bestaat voor 55% uit cacao. Welk deel van het pak is dat?
Schrijf hiernaast een breuk
11
20
2
Tristan krijgt van zijn moeder het restje van
1/2
liter cola mee tijdens zijn fietstocht. Bij de eerste stop drinkt hij daarvan
1/3
deel op. Welk deel van een liter heeft Tristan dan opgedronken?
Schrijf hiernaast een breuk
1
6
3
Als Femke haar verjaardag viert voor haar vriendinnen heeft ze nog
4/10
van haar verjaardagstaart. Ze deelt
1/3
taart uit. Welk deel van de verjaardagstaart is nog over?
Schrijf hiernaast een breuk
1
15
4
Isabel heeft al
6/9
van het Pieterpad gelopen die ongeveer 540 kilometer lang is. Hoeveel kilometer heeft Isabel al gelopen?
_______________________360_______________________ kilometer
5
35% van de kinderen heeft op schoolreis een zak chips bij zich. Welk deel van de kinderen is dat?
Schrijf hiernaast een breuk
7
20
6
Een concertzaal heeft 540 plaatsen. Een uur na de start van de kaartenverkoop is
6/9
deel van de kaarten al verkocht. Hoeveel kaarten zijn dat?
_______________________360_______________________ plaatsen
7
Jasper heeft een hardloopdoel gesteld. De eerste dag loopt hij al
5/6
deel van zijn doel. Welke breuk is gelijk aan
5/6
?
      13/18    
      11/12    
      19/24    
X 
      15/18    
8
De vakantie van Ravi is al voor
2/3
deel voorbij. Lola gebruikt een andere breuk die hieraan gelijk is. Welke breuk gebruikt Lola?
      5/6    
      5/9    
X 
      8/12    
      7/12    
9
Uit onderzoek onder 1755 kinderen van 12 jaar is gebleken dat 1188 kinderen blij worden van gezelschapsspellen. Welk deel is dat ongeveer?
X 
      2/3    
      3/8    
      2/5    
      1/6    
10
Liam heeft
4/5
liter water in zijn rugtas als hij aan de bergafdaling begint. Wanneer hij onderaan de berg is gekomen, heeft hij nog
4/10
liter. Hoeveel liter heeft Liam onderweg gedronken?
Schrijf hiernaast een breuk
2
5