
1 |
Op een ziekenhuisafdeling zijn 100 mensen.
2/4 deel is bezoek. Hoeveel bezoekers zijn er op de afdeling?_______________________50_______________________ bezoekers
|
||
2 |
|
||
3 |
|
||
4 |
De kaasboer heeft 30 stukken kaas verkocht.
1/3 deel was jonge kaas. Hoeveel stukken jonge kaas heeft de kaasboer verkocht?_______________________10_______________________ stukken
|
||
5 |
12 bloembakken zijn in het park door de storm kapot gewaaid. Dat is
1/3 deel van alle bloembakken. Hoeveel bloembakken zijn er in totaal?_______________________36_______________________ bloembakken
|
||
6 |
De vrachtwagenchauffeur heeft al 8 kisten gelost. Dat is
1/4 deel van alle kisten die hij moet lossen. Hoeveel kisten moet de chauffeur in totaal lossen?_______________________32_______________________ kisten
|
||
7 |
|
||
8 |
De kinderen van groep 6 houden een sponsorloop en moeten 100 rondjes rennen. Hoeveel rondjes hebben ze gehad als ze
3/4 deel gehad hebben?_______________________75_______________________ rondjes
|
||
9 |
8 viltstiften in groep 6 zijn kapot of doen het niet goed meer. Dat is
1/4 deel van alle viltstiften. Hoeveel viltstiften zijn er in totaal in groep 6? _______________________32_______________________ viltstiften
|
||
10 |
Op het schoolfeest zijn 100 ouders.
1/4 deel van de ouders helpt mee. Hoeveel ouders helpen mee? _______________________25_______________________ ouders
|
Copyright 2024 © Redactiesommen.nl
Privacy beleid
Kijk ook eens op www.rekenspelletjes.nu en bijdeles.online (quiz taal/rekenen/spelling)








