
1 |
|
||
2 |
In de speeltuin zijn 100 kinderen.
1/4 deel van de kinderen is al vaker in deze speeltuin geweest. Hoeveel kinderen zijn dat?_______________________25_______________________ kinderen
|
||
3 |
Lina gaat met kinderen uit haar klas zwemmen en ze zijn met 8 kinderen. Dat is
1/2 deel van de klas. Hoeveel kinderen zitten er in totaal in de klas van Lina?_______________________16_______________________ kinderen
|
||
4 |
Wat is
1/2 van 10?_______________________5_______________________
|
||
5 |
Joost maakt met zijn vrienden een fietstocht van 50 kilometer.
1/2 deel hebben ze gehad als Joost een lekke band krijgt. Hoeveel kilometer hebben ze dan gehad?_______________________25_______________________ kilometer
|
||
6 |
De kinderen van groep 6 houden een sponsorloop en moeten 100 rondjes rennen. Hoeveel rondjes hebben ze gehad als ze
3/4 deel gehad hebben?_______________________75_______________________ rondjes
|
||
7 |
De kaasboer heeft 100 stukken kaas verkocht.
1/4 deel was jonge kaas. Hoeveel stukken jonge kaas heeft de kaasboer verkocht?_______________________25_______________________ stukken
|
||
8 |
Op de kraam liggen 40 boeken.
2/4 deel is volwassenboeken. Hoeveel volwassenboeken zijn dat?_______________________20_______________________ volwassenboeken
|
||
9 |
5 bloembakken zijn in het park door de storm kapot gewaaid. Dat is
1/2 deel van alle bloembakken. Hoeveel bloembakken zijn er in totaal?_______________________10_______________________ bloembakken
|
||
10 |
Imani heeft een chocoladereep. Hij deelt 5 blokjes met zijn vrienden en dat is
1/2 deel van de reep. Uit hoeveel blokjes bestaat de hele chocoladereep?_______________________10_______________________ blokjes
|
Copyright 2024 © Redactiesommen.nl
Privacy beleid
Kijk ook eens op www.rekenspelletjes.nu en bijdeles.online (quiz taal/rekenen/spelling)






