Oefenwereld.nl: Maak alle website reclamevrij! Spellingoefenen.nl: Spelling oefenen voor groep 3,4,5,6,7 en 8 Taaloefenen.nl: Taal oefenen voor groep 3,4,5,6,7 en 8 Sommenoefenen.nl: Sommen oefenen voor groep 3,4,5,6,7 en 8 Redactiesommen.nl: Cito rekenen met verhaaltjessommen


Naam: ___________________________________       Niveau: Groep 7 - Eind


1
Maarten en Aaron doen een spelletje. Maarten schrijft 2,25 op als kommagetal. Aaron moet precies dezelfde hoeveelheid opschrijven als getal met een breuk. Wat moet Aaron opschrijven?
Schrijf hiernaast een heel getal en een breuk
2
  
1
4
2
Dean bestelt bij de pizzeria
6/8
pizza salami en
4/8
pizza kaas. Hoeveel pizza bestelt Dean in totaal?
Schrijf hiernaast een heel getal en een breuk
1
  
1
4
3
Fleur eet in het pannenkoekrestaurant
4/6
pannenkoek met suiker,
3/6
pannenkoek met aardbeien en
2/6
pannenkoek met spek. Hoeveel pannenkoeken heeft Fleur gegeten?
Schrijf hiernaast een heel getal en een breuk
1
  
1
2
4
Pepijn heeft
19/3
chocoladereep. Hoeveel hele repen heeft Pepijn?
_______________________6_______________________ hele repen
5
5/7
van alle 210 auto`s houden zich in de dorpsstraat aan de snelheid. Hoeveel auto`s zijn dat?
_______________________150_______________________ auto`s
6
De moeder van Sanne bestelt
5/8
aardbeienvlaai,
4/8
chocoladevlaai en
3/8
kersenvlaai. Hoeveel vlaai bestelt de moeder van Sanne in totaal?
Schrijf hiernaast een heel getal en een breuk
1
  
1
2
7
De politie van Amsterdam heeft in een week tijd 2400 boetes uitgedeeld.
2/3
waren boetes voor het rijden door het rode licht. Hoeveel boetes waren dat?
_______________________1600_______________________ boetes
8
Tijmen moest € 200,- betalen voor een nieuwe fiets. Hij betaalde bij de koop
2/5
deel van dat bedrag. De rest betaalt hij als de fiets binnen is. Hoeveel euro moet Tijmen dan nog betalen?
_______________________120_______________________ euro
9
Vier vrienden schrijven allemaal een getal met een breuk op. Welke ligt het dichtst bij 5?
X 
      Matthijs: 5 1/8    
      Bas: 5 1/2    
      Robin: 4 4/5    
      Cas: 4 3/4    
10
Joey uit groep 7 verkoopt
4/5
plaatcake,
2/5
appelcake en
2/5
kaneelcake tijdens de projectavond. Hoeveel cake heeft Joey in totaal verkocht?
Schrijf hiernaast een heel getal en een breuk
1
  
3
5