Oefenwereld.nl: Maak alle website reclamevrij! Spellingoefenen.nl: Spelling oefenen voor groep 3,4,5,6,7 en 8 Taaloefenen.nl: Taal oefenen voor groep 3,4,5,6,7 en 8 Sommenoefenen.nl: Sommen oefenen voor groep 3,4,5,6,7 en 8 Redactiesommen.nl: Cito rekenen met verhaaltjessommen


Naam: ___________________________________       Niveau: Groep 6 - Eind


1
Eva verkoopt taarten en haalt € 85,- op voor het goede doel.
1/5
deel trekt ze af voor de onkosten en de rest maakt ze via de bank over. Voor hoeveel euro maakte Eva onkosten?
_______________________17_______________________ euro
2
De slager verkoopt voor de feestdagen 170 kilo vlees.
7/10
deel moest bezorgd worden. Hoeveel kilo vlees moest de slager bezorgen?
_______________________119_______________________ kilo
3
In het vliegtuig passen 320 passagiers. Een kwartier voor vertrek zit
3/4
deel van de passagiers al op hun plek. Hoeveel passagiers zijn dat?
_______________________240_______________________ passagiers
4
2/4
deel van alle strandstoelen is verhuurd. Dat zijn ... op de 100 strandstoelen.
_______________________50_______________________
5
De secretaresse moet 32 brieven versturen. Wanneer ze
2/4
deel heeft gehad, haalt ze eerst een bakje koffie. Hoeveel brieven heeft ze dan al verstuurd?
_______________________16_______________________ brieven
6
Welk deel van de cirkel is rood gekleurd?
Schrijf hiernaast een breuk
6
8
7
Als Jip 16 folders heeft rondgebracht dan heeft hij
2/3
deel gehad. Hoeveel folders moet Jip in totaal doen?
_______________________24_______________________ folders
8
Met de accu van de elektrische fiets kan Thijn 100 kilometer fietsen. Als de accu
3/4
deel leeg is, legt Thijn de accu aan de lader. Hoeveel kilometer heeft hij dan gefietst?
_______________________75_______________________ kilometer
9
12 van alle 30 ouderen in het bejaardenhuis krijgen één keer per week bezoek. Welke deel van de ouderen is dat?
Schrijf hiernaast een breuk
2
5
10
De school van Luna bestaat uit 100 leerlingen.
2/4
deel heeft een huisdier. Hoeveel leerlingen hebben een huisdier?
_______________________50_______________________ leerlingen