
1 |
Kate gaat met 20 kinderen uit haar klas zwemmen. Dat is
2/3 deel van de klas. Hoeveel kinderen zitten er in totaal in de klas van Kate?_______________________30_______________________ kinderen
|
||
2 |
Met de accu van de elektrische fiets kan Tycho 150 kilometer fietsen. Als de accu
2/3 deel leeg is, legt Tycho de accu aan de lader. Hoeveel kilometer heeft hij dan gefietst? _______________________100_______________________ kilometer
|
||
3 |
Er komen gemiddeld 500 klanten op de markt per morgen. Rond 10 uur is
3/5 deel geweest. Hoeveel klanten zijn er geweest?_______________________300_______________________ klanten
|
||
4 |
De hoveniers moeten een terras van 150 tegels leggen. Aan het eind van de eerste dag hebben ze
2/3 deel van de tegels gelegd. Hoeveel tegels zijn dat?_______________________100_______________________ tegels
|
||
5 |
Sven heeft een chocoladereep. Hij deelt 8 blokjes met zijn vrienden en dat is
4/5 deel van de reep. Uit hoeveel blokjes bestaat de hele chocoladereep?_______________________10_______________________ blokjes
|
||
6 |
Jochem spaart voor een Legopakket van € 60. Wanneer hij
2/3 deel heeft gespaard, betaalt zijn vader de rest. Hoeveel euro betaalt de vader van Jochem?_______________________20_______________________ euro
|
||
7 |
Op een basisschool zitten 180 leerlingen.
3/5 deel van de kinderen doen aan sport. Hoeveel kinderen doen aan sport?_______________________108_______________________ kinderen
|
||
8 |
Op een tennisclub zijn 60 mensen.
1/3 deel is ouder dan 50 jaar. Hoeveel mensen zijn dat?_______________________20_______________________ mensen
|
||
9 |
1/4 deel van alle brieven is bezorgd. Dat zijn ... op de 100 brieven. _______________________25_______________________
|
||
10 |
|
Copyright 2024 © Redactiesommen.nl
Privacy beleid
Kijk ook eens op www.rekenspelletjes.nu en bijdeles.online (quiz taal/rekenen/spelling)






