Oefenwereld.nl: Maak alle website reclamevrij! Spellingoefenen.nl: Spelling oefenen voor groep 3,4,5,6,7 en 8 Taaloefenen.nl: Taal oefenen voor groep 3,4,5,6,7 en 8 Sommenoefenen.nl: Sommen oefenen voor groep 3,4,5,6,7 en 8 Redactiesommen.nl: Cito rekenen met verhaaltjessommen


Naam: ___________________________________       Niveau: Groep 6 - Eind


1
Nout spaart voor een Legopakket van € 60. Wanneer hij
2/3
deel heeft gespaard, betaalt zijn vader de rest. Hoeveel euro betaalt de vader van Nout?
_______________________20_______________________ euro
2
4 van alle 16 ouderen in het bejaardenhuis krijgen één keer per week bezoek. Welke deel van de ouderen is dat?
Schrijf hiernaast een breuk
1
4
3
De hoveniers moeten een terras van 150 tegels leggen. Aan het eind van de eerste dag hebben ze
2/3
deel van de tegels gelegd. Hoeveel tegels zijn dat?
_______________________100_______________________ tegels
4
Er komen gemiddeld 500 klanten op de markt per morgen. Rond 10 uur is
3/5
deel geweest. Hoeveel klanten zijn er geweest?
_______________________300_______________________ klanten
5
De bakker moet op oudejaarsmorgen 600 oliebollen bakken. Na een paar uur heeft hij
4/6
deel gebakken. Hoeveel oliebollen heeft de bakker dan gebakken?
_______________________400_______________________ oliebollen
6
1/3
deel van de rij met klanten heeft inmiddels afgerekend. Dat zijn ... op de 60 klanten.
_______________________20_______________________
7
In de tuin staan 50 bloembollen.
3/5
deel is al uit gekomen. Hoeveel bloembollen zijn dat?
_______________________30_______________________ bloembollen
8
Teun heeft een chocoladereep. Hij deelt 8 blokjes met zijn vrienden en dat is
4/5
deel van de reep. Uit hoeveel blokjes bestaat de hele chocoladereep?
_______________________10_______________________ blokjes
9
1/4
deel van alle mensen op terras moeten nog wachten op het bestelde eten. Dat zijn ... op de 100 mensen.
_______________________25_______________________
10
2/4
deel van alle leerlingen haalde een onvoldoende voor een toets. Dat zijn ... op de 100 leerlingen.
_______________________50_______________________