
1 |
Op een tennisclub zijn 80 mensen.
3/4 deel is ouder dan 50 jaar. Hoeveel mensen zijn dat?_______________________60_______________________ mensen
|
2 |
Met de accu van de elektrische fiets kan Nick 100 kilometer fietsen. Als de accu
3/4 deel leeg is, legt Nick de accu aan de lader. Hoeveel kilometer heeft hij dan gefietst? _______________________75_______________________ kilometer
|
3 |
Op een basisschool zitten 180 leerlingen.
3/5 deel van de kinderen doen aan sport. Hoeveel kinderen doen aan sport?_______________________108_______________________ kinderen
|
4 |
Er komen gemiddeld 500 klanten op de markt per morgen. Rond 10 uur is
3/5 deel geweest. Hoeveel klanten zijn er geweest?_______________________300_______________________ klanten
|
5 |
De bakker moet op oudejaarsmorgen 500 oliebollen bakken. Na een paar uur heeft hij
7/10 deel gebakken. Hoeveel oliebollen heeft de bakker dan gebakken?_______________________350_______________________ oliebollen
|
6 |
Bradley heeft een chocoladereep. Hij deelt 6 blokjes met zijn vrienden en dat is
2/3 deel van de reep. Uit hoeveel blokjes bestaat de hele chocoladereep?_______________________9_______________________ blokjes
|
7 |
De secretaresse moet 40 brieven versturen. Wanneer ze
2/4 deel heeft gehad, haalt ze eerst een bakje koffie. Hoeveel brieven heeft ze dan al verstuurd?_______________________20_______________________ brieven
|
8 |
Als Jort 10 folders heeft rondgebracht dan heeft hij
2/5 deel gehad. Hoeveel folders moet Jort in totaal doen?_______________________25_______________________ folders
|
9 |
2/3 deel van alle mensen op terras moeten nog wachten op het bestelde eten. Dat zijn ... op de 90 mensen. _______________________60_______________________
|
10 |
In het vliegtuig passen 260 passagiers. Een kwartier voor vertrek zit
2/4 deel van de passagiers al op hun plek. Hoeveel passagiers zijn dat?_______________________130_______________________ passagiers
|
Copyright 2024 © Redactiesommen.nl
Privacy beleid
Kijk ook eens op www.rekenspelletjes.nu en bijdeles.online (quiz taal/rekenen/spelling)






