
1 |
De slager verkoopt voor de feestdagen 150 kilo vlees.
2/3 deel moest bezorgd worden. Hoeveel kilo vlees moest de slager bezorgen?_______________________100_______________________ kilo
|
||
2 |
|
||
3 |
De secretaresse moet 32 brieven versturen. Wanneer ze
2/4 deel heeft gehad, haalt ze eerst een bakje koffie. Hoeveel brieven heeft ze dan al verstuurd?_______________________16_______________________ brieven
|
||
4 |
De schilder heeft 42 blikken verf op voorraad staan.
1/3 deel is al open gemaakt. Hoeveel verfblikken zijn dat?_______________________14_______________________ blikken
|
||
5 |
|
||
6 |
|
||
7 |
Daantje gaat met 5 kinderen uit haar klas zwemmen. Dat is
1/4 deel van de klas. Hoeveel kinderen zitten er in totaal in de klas van Daantje?_______________________20_______________________ kinderen
|
||
8 |
Willem heeft een chocoladereep. Hij deelt 6 blokjes met zijn vrienden en dat is
2/3 deel van de reep. Uit hoeveel blokjes bestaat de hele chocoladereep?_______________________9_______________________ blokjes
|
||
9 |
De bakker moet op oudejaarsmorgen 500 oliebollen bakken. Na een paar uur heeft hij
7/10 deel gebakken. Hoeveel oliebollen heeft de bakker dan gebakken?_______________________350_______________________ oliebollen
|
||
10 |
Simon spaart voor een Legopakket van € 60. Wanneer hij
2/3 deel heeft gespaard, betaalt zijn vader de rest. Hoeveel euro betaalt de vader van Simon?_______________________20_______________________ euro
|
Copyright 2024 © Redactiesommen.nl
Privacy beleid
Kijk ook eens op www.rekenspelletjes.nu en bijdeles.online (quiz taal/rekenen/spelling)









