
1 |
Livia verkoopt taarten en haalt € 90,- op voor het goede doel.
1/6 deel trekt ze af voor de onkosten en de rest maakt ze via de bank over. Voor hoeveel euro maakte Livia onkosten?_______________________15_______________________ euro
|
||
2 |
De bakker moet op oudejaarsmorgen 300 oliebollen bakken. Na een paar uur heeft hij
2/3 deel gebakken. Hoeveel oliebollen heeft de bakker dan gebakken?_______________________200_______________________ oliebollen
|
||
3 |
Anouk gaat met 5 kinderen uit haar klas zwemmen. Dat is
1/4 deel van de klas. Hoeveel kinderen zitten er in totaal in de klas van Anouk?_______________________20_______________________ kinderen
|
||
4 |
Op een basisschool zitten 160 leerlingen.
3/4 deel van de kinderen doen aan sport. Hoeveel kinderen doen aan sport?_______________________120_______________________ kinderen
|
||
5 |
|
||
6 |
3/4 deel van de patiënten bij de tandarts hebben angst voor de tandarts. Dat zijn ... op de 120 patiënten._______________________90_______________________
|
||
7 |
In het vliegtuig passen 310 passagiers. Een kwartier voor vertrek zit
4/5 deel van de passagiers al op hun plek. Hoeveel passagiers zijn dat?_______________________248_______________________ passagiers
|
||
8 |
De schilder heeft 42 blikken verf op voorraad staan.
1/3 deel is al open gemaakt. Hoeveel verfblikken zijn dat?_______________________14_______________________ blikken
|
||
9 |
|
||
10 |
Boris heeft een chocoladereep. Hij deelt 8 blokjes met zijn vrienden en dat is
4/5 deel van de reep. Uit hoeveel blokjes bestaat de hele chocoladereep?_______________________10_______________________ blokjes
|
Copyright 2024 © Redactiesommen.nl
Privacy beleid
Kijk ook eens op www.rekenspelletjes.nu en bijdeles.online (quiz taal/rekenen/spelling)







