
1 |
De slager verkoopt voor de feestdagen 200 kilo vlees.
2/8 deel moest bezorgd worden. Hoeveel kilo vlees moest de slager bezorgen?_______________________50_______________________ kilo
|
||
2 |
In de tuin staan 120 bloembollen.
1/2 deel is al uit gekomen. Hoeveel bloembollen zijn dat?_______________________60_______________________ bloembollen
|
||
3 |
|
||
4 |
|
||
5 |
Op een tennisclub zijn 70 mensen.
2/5 deel is ouder dan 50 jaar. Hoeveel mensen zijn dat?_______________________28_______________________ mensen
|
||
6 |
|
||
7 |
|
||
8 |
Simon spaart voor een Legopakket van € 70. Wanneer hij
3/7 deel heeft gespaard, betaalt zijn vader de rest. Hoeveel euro betaalt de vader van Simon?_______________________40_______________________ euro
|
||
9 |
Carmen verkoopt taarten en haalt € 75,- op voor het goede doel.
1/3 deel trekt ze af voor de onkosten en de rest maakt ze via de bank over. Voor hoeveel euro maakte Carmen onkosten?_______________________25_______________________ euro
|
||
10 |
1/9 deel van alle mensen op terras moeten nog wachten op het bestelde eten. Dat zijn ... op de 90 mensen. _______________________10_______________________
|
Copyright 2024 © Redactiesommen.nl
Privacy beleid
Kijk ook eens op www.rekenspelletjes.nu en bijdeles.online (quiz taal/rekenen/spelling)










