
1 |
|
||
2 |
In het vliegtuig passen 250 passagiers. Een kwartier voor vertrek zit
3/5 deel van de passagiers al op hun plek. Hoeveel passagiers zijn dat?_______________________150_______________________ passagiers
|
||
3 |
De slager verkoopt voor de feestdagen 180 kilo vlees.
3/4 deel moest bezorgd worden. Hoeveel kilo vlees moest de slager bezorgen?_______________________135_______________________ kilo
|
||
4 |
|
||
5 |
|
||
6 |
|
||
7 |
De school van Isabella bestaat uit 200 leerlingen.
3/4 deel heeft een huisdier. Hoeveel leerlingen hebben een huisdier?_______________________150_______________________ leerlingen
|
||
8 |
1/9 deel van de patiënten bij de tandarts hebben angst voor de tandarts. Dat zijn ... op de 90 patiënten._______________________10_______________________
|
||
9 |
De hoveniers moeten een terras van 100 tegels leggen. Aan het eind van de eerste dag hebben ze
3/5 deel van de tegels gelegd. Hoeveel tegels zijn dat?_______________________60_______________________ tegels
|
||
10 |
Op een basisschool zitten 100 leerlingen.
3/4 deel van de kinderen doen aan sport. Hoeveel kinderen doen aan sport?_______________________75_______________________ kinderen
|
Copyright 2024 © Redactiesommen.nl
Privacy beleid
Kijk ook eens op www.rekenspelletjes.nu en bijdeles.online (quiz taal/rekenen/spelling)









