
1 |
Hanna gaat met 15 kinderen uit haar klas zwemmen. Dat is
3/4 deel van de klas. Hoeveel kinderen zitten er in totaal in de klas van Hanna?_______________________20_______________________ kinderen
|
||
2 |
De slager verkoopt voor de feestdagen 170 kilo vlees.
7/10 deel moest bezorgd worden. Hoeveel kilo vlees moest de slager bezorgen?_______________________119_______________________ kilo
|
||
3 |
De school van Elin bestaat uit 200 leerlingen.
3/4 deel heeft een huisdier. Hoeveel leerlingen hebben een huisdier?_______________________150_______________________ leerlingen
|
||
4 |
Met de accu van de elektrische fiets kan Elon 150 kilometer fietsen. Als de accu
2/3 deel leeg is, legt Elon de accu aan de lader. Hoeveel kilometer heeft hij dan gefietst? _______________________100_______________________ kilometer
|
||
5 |
Op een tennisclub zijn 65 mensen.
2/5 deel is ouder dan 50 jaar. Hoeveel mensen zijn dat?_______________________26_______________________ mensen
|
||
6 |
|
||
7 |
In het vliegtuig passen 340 passagiers. Een kwartier voor vertrek zit
1/4 deel van de passagiers al op hun plek. Hoeveel passagiers zijn dat?_______________________85_______________________ passagiers
|
||
8 |
|
||
9 |
|
||
10 |
|
Copyright 2024 © Redactiesommen.nl
Privacy beleid
Kijk ook eens op www.rekenspelletjes.nu en bijdeles.online (quiz taal/rekenen/spelling)








