
1 |
De bakker moet op oudejaarsmorgen 400 oliebollen bakken. Na een paar uur heeft hij
3/4 deel gebakken. Hoeveel oliebollen heeft de bakker dan gebakken?_______________________300_______________________ oliebollen
|
||
2 |
2/5 deel van de mensen in het winkelcentrum hebben haast. Dat zijn ... op de 150 mensen._______________________60_______________________
|
||
3 |
|
||
4 |
1/3 deel van alle leerlingen haalde een onvoldoende voor een toets. Dat zijn ... op de 60 leerlingen. _______________________20_______________________
|
||
5 |
Amy gaat met 15 kinderen uit haar klas zwemmen. Dat is
3/4 deel van de klas. Hoeveel kinderen zitten er in totaal in de klas van Amy?_______________________20_______________________ kinderen
|
||
6 |
Amira verkoopt taarten en haalt € 100,- op voor het goede doel.
1/4 deel trekt ze af voor de onkosten en de rest maakt ze via de bank over. Voor hoeveel euro maakte Amira onkosten?_______________________25_______________________ euro
|
||
7 |
De slager verkoopt voor de feestdagen 200 kilo vlees.
2/8 deel moest bezorgd worden. Hoeveel kilo vlees moest de slager bezorgen?_______________________50_______________________ kilo
|
||
8 |
|
||
9 |
|
||
10 |
|
Copyright 2024 © Redactiesommen.nl
Privacy beleid
Kijk ook eens op www.rekenspelletjes.nu en bijdeles.online (quiz taal/rekenen/spelling)








