
1 |
Een rondje hardlopen duurt 4 minuten. Sep en Jussuf lopen 43 minuten. Hoeveel hele rondjes hebben ze hardgelopen?
_______________________10_______________________ rondjes
|
2 |
In de klas zijn in totaal 11 kleurpotloden. Er horen 5 potloden in een potje. Hoeveel volle potjes kan Tristan maken?
_______________________2_______________________ potjes
|
3 |
Op een vrachtwagen passen 10 kisten. Er moeten 30 kisten vervoerd worden. Hoeveel vrachtwagens zijn er nodig?
_______________________3_______________________ vrachtwagens
|
4 |
Hidde moet 52 dozen bezorgen. Op een volle kar kan hij 5 dozen meenemen. Hoeveel keer moet Hidde rijden om alles te bezorgen?
_______________________11_______________________ keer
|
5 |
Oma heeft 18 tulpenbollen gekocht. Ze plant de bollen op 2 plekjes in de tuin. Hoeveel bollen staan er op iedere plek?
_______________________9_______________________ bollen
|
6 |
De groenteboer heeft 15 kiwi`s. Hij maakt zakjes van 5 kiwi`s. Hoeveel zakjes kan de groenteboer maken?
_______________________3_______________________ zakjes
|
7 |
Een boer heeft 20 eieren. Hij verdeelt deze over doosjes van 10 eieren. Hoeveel doosjes eieren heeft de boer?
_______________________2_______________________ doosjes
|
8 |
In het kampoord zijn 28 bedden. Deze zijn eerlijk verdeeld over 4 kamers. Hoeveel bedden staan op elke kamer?
_______________________7_______________________ bedden
|
9 |
Charlotte verkoopt pakjes kaarten voor het goede doel. Per pakje kost het 5 euro. Ze haalt in totaal 40 euro op. Hoeveel pakjes kaarten heeft Charlotte verkocht?
_______________________8_______________________ pakjes
|
10 |
De bloemist krijgt een bestelling van 57 bloemen binnen. Hij maakt bossen van 10 bloemen. Hoeveel hele bossen kan hij maken?
_______________________5_______________________ bossen
|
Copyright 2024 © Redactiesommen.nl
Privacy beleid
Kijk ook eens op www.rekenspelletjes.nu en bijdeles.online (quiz taal/rekenen/spelling)






