
1 |
Groep 8 gaat op kamp. De leerkrachten hebben 20 tassen. Er gaan 5 leerkrachten mee. Hoeveel tassen neemt iedere leerkracht mee?
_______________________4_______________________ tassen
|
2 |
Een oppasser in de dierentuin heeft 30 bananen. Deze verdeelt hij over 10 apen. Hoeveel bananen krijgt iedere aap?
_______________________3_______________________ bananen
|
3 |
Vader vult 12 waterballonnetjes. Hij verdeelt ze over 2 kinderen. Hoeveel waterballonnetjes krijgt ieder kind?
_______________________6_______________________ waterballonnetjes
|
4 |
In het kampoord zijn 16 bedden. Deze zijn eerlijk verdeeld over 4 kamers. Hoeveel bedden staan op elke kamer?
_______________________4_______________________ bedden
|
5 |
De glazenwasser heeft vandaag 80 ramen gewassen. Hij is 10 uur bezig geweest. Hoeveel ramen deed de glazenwasser per uur?
_______________________8_______________________ ramen
|
6 |
Op een vrachtwagen passen 10 kisten. Er moeten 80 kisten vervoerd worden. Hoeveel vrachtwagens zijn er nodig?
_______________________8_______________________ vrachtwagens
|
7 |
De serveerster heeft vandaag 20 euro aan drinken verkocht. Per glas kostte het 4 euro. Hoeveel glazen heeft de serveerster verkocht?
_______________________5_______________________ glazen
|
8 |
De ober schenkt 67 kopjes koffie op een dag. Per kan koffie kan hij 10 kopjes inschenken. Hoeveel keer vult de ober een kan?
_______________________7_______________________ kannen koffie
|
9 |
Faye heeft 18 rode ballonnen. Ze verdeelt deze over 2 trosjes met ballonnen. Hoeveel ballonnen zitten er in ieder trosje?
_______________________9_______________________ balonnen
|
10 |
Fiene verkoopt pakjes kaarten voor het goede doel. Per pakje kost het 5 euro. Ze haalt in totaal 35 euro op. Hoeveel pakjes kaarten heeft Fiene verkocht?
_______________________7_______________________ pakjes
|
Copyright 2024 © Redactiesommen.nl
Privacy beleid
Kijk ook eens op www.rekenspelletjes.nu en bijdeles.online (quiz taal/rekenen/spelling)






