
1 |
Een oppasser in de dierentuin heeft 14 bananen. Deze verdeelt hij over 2 apen. Hoeveel bananen krijgt iedere aap?
_______________________7_______________________ bananen
|
2 |
Quinty heeft 12 rode ballonnen. Ze verdeelt deze over 4 trosjes met ballonnen. Hoeveel ballonnen zitten er in ieder trosje?
_______________________3_______________________ balonnen
|
3 |
Een boer heeft 90 eieren. Hij verdeelt deze over doosjes van 10 eieren. Hoeveel doosjes eieren heeft de boer?
_______________________9_______________________ doosjes
|
4 |
De bloemist heeft 35 rozen. Hij maakt 5 bossen. Hoeveel rozen heeft elke bos?
_______________________7_______________________ bloemen
|
5 |
De timmermannen moesten 3 planken één voor één naar de bovenste steiger sjouwen. Ze deden hier 6 minuten over. Hoeveel minuten deden ze over één plank?
_______________________2_______________________ minuten
|
6 |
Een rondje hardlopen duurt 4 minuten. Sven en Jayden lopen 38 minuten. Hoeveel hele rondjes hebben ze hardgelopen?
_______________________9_______________________ rondjes
|
7 |
Het hondenasiel heeft 12 honden. Er zijn 2 verzorgers. Ze verdelen de honden om voor te zorgen. Voor hoeveel honden moet elke verzorger zorgen?
_______________________6_______________________ honden
|
8 |
De schoenenfabriek maakt 18 paar schoenen. Deze worden verdeeld over 2 dozen. Hoeveel paar schoenen zitten er in een doos?
_______________________9_______________________ paar schoenen
|
9 |
De hoveniers moeten 4 rozenstruiken knippen. Ze zijn met 2 hoveniers. Hoeveel rozenstruiken moet iedere hovenier doen?
_______________________2_______________________ rozenstruiken
|
10 |
In het kampoord zijn 15 bedden. Deze zijn eerlijk verdeeld over 5 kamers. Hoeveel bedden staan op elke kamer?
_______________________3_______________________ bedden
|
Copyright 2024 © Redactiesommen.nl
Privacy beleid
Kijk ook eens op www.rekenspelletjes.nu en bijdeles.online (quiz taal/rekenen/spelling)






