
1 |
De gemeentewerker moet `s zomers in de hele stad 42 bloembakken water geven. Hij doet hier 6 uur over. Hoeveel bloembakken kan hij per uur doen?
_______________________7_______________________ bloembakken
|
2 |
In een koelcel staat nog 50 kilo appels. De boer verdeelt deze over kisten van 25 kilo. Hoeveel kisten kan de boer vullen?
_______________________2_______________________ kisten
|
3 |
De koerier heeft 30 liter benzine in zijn tank. Per pakketbezorging verrijdt hij ongeveer 3 liter. Hoeveel pakketten kan hij bezorgen?
_______________________10_______________________ pakketten
|
4 |
Yasmin heeft 93 euro voor haar verjaardag gekregen. Ze wil daar kunstplanten van kopen die 9 euro per stuk kosten. Hoeveel kunstplanten kan Yasmin kopen?
_______________________10_______________________ kunstplanten
|
5 |
35 kinderen gaan op kamp. Ze worden verdeeld over tenten van 7 personen. Hoeveel tenten zijn er nodig?
_______________________5_______________________ tenten
|
6 |
De moeder van Tristan heeft 60 zaadjes om groente te zaaien. Ze verdeelt dit over 6 rijen. Hoeveel zaadjes komen in iedere rij?
_______________________10_______________________ zaadjes
|
7 |
Bij het tuincentrum komen 70 bomen binnen voor de verkoop. De bomen worden op 7 plaatsen neergezet. Hoeveel bomen staan er op een plaats?
_______________________10_______________________ bomen
|
8 |
Eva koopt met haar moeder voor 45 euro stof op de markt. De stof kost per meter 5 euro. Hoeveel meter hebben ze gekocht?
_______________________9_______________________ meter
|
9 |
Romy begint een handeltje in kleding. Ze bestelt 63 nieuwe kledingstukken. Ze hangt 7 kledingstukken aan een rek. Hoeveel kledingrekken heeft Romy nodig?
_______________________9_______________________ kledingrekken
|
10 |
Er gaan 28 kinderen mee met een uitje. Er passen 4 kinderen in een auto. Hoeveel auto`s zijn er nodig?
_______________________7_______________________ auto`s
|
Copyright 2024 © Redactiesommen.nl
Privacy beleid
Kijk ook eens op www.rekenspelletjes.nu en bijdeles.online (quiz taal/rekenen/spelling)






