Oefenwereld.nl: Maak alle website reclamevrij! Spellingoefenen.nl: Spelling oefenen voor groep 3,4,5,6,7 en 8 Taaloefenen.nl: Taal oefenen voor groep 3,4,5,6,7 en 8 Sommenoefenen.nl: Sommen oefenen voor groep 3,4,5,6,7 en 8 Redactiesommen.nl: Cito rekenen met verhaaltjessommen


Naam: ___________________________________       Niveau: Groep 5 - Midden


1
Yfke heeft 48 gram gist. Ze verdeelt dit over zakjes van 5 gram. Hoeveel zakjes van 5 gram kan ze maken?
_______________________9_______________________ zakjes
2
Eefje begint een handeltje in kleding. Ze bestelt 72 nieuwe kledingstukken. Ze hangt 8 kledingstukken aan een rek. Hoeveel kledingrekken heeft Eefje nodig?
_______________________9_______________________ kledingrekken
3
Er wordt bij Noortje op het dorp een fietstocht georganiseerd. Er doen 100 mensen mee. Ze worden verdeeld over 10 gelijke groepen. Hoeveel mensen fietsen er in een groep?
_______________________10_______________________ mensen
4
Er zijn 25 flesjes water. Deze moeten verdeeld worden over 5 families. Hoeveel flesjes water krijgt iedere familie?
_______________________5_______________________ flesjes water
5
Ilse heeft voor de tuin 20 bloembollen nodig. Deze zitten verpakt in zakjes van 10. Hoeveel zakjes koopt ze?
_______________________2_______________________ zakjes
6
De kaasboer heeft 63 kilo kaas. Hij snijdt dit in stukken van 6 kilo. Hoeveel stukken van 6 kilo heeft de kaasboer?
_______________________10_______________________ stukken
7
Bij het tuincentrum komen 24 bomen binnen voor de verkoop. De bomen worden op 3 plaatsen neergezet. Hoeveel bomen staan er op een plaats?
_______________________8_______________________ bomen
8
Groep 5 heeft 60 lege flessen opgehaald. Ze hebben de flessen verdeeld over 6 kinderen die de flessen in gaan leveren bij de winkel. Hoeveel flessen krijgt ieder kind mee?
_______________________10_______________________ flessen
9
Op het strand zijn 36 mensen. Ze willen graag onder een parasol zitten waar 4 mensen onder passen. Hoeveel parasols zijn er nodig?
_______________________9_______________________ parasols
10
Opa fietst 100 kilometer per week. Hij fietst altijd dezelfde ronde van 25 kilometer. Hoeveel keer fietst opa per week?
_______________________4_______________________ keer