
1 |
Esther en Saar verkopen kettingen. Een ketting kost 5 euro. Ze halen 10 euro op. Hoeveel kettingen hebben de meisjes verkocht?
_______________________2_______________________ kettingen
|
2 |
Linde heeft 30 knikkers en wil deze eerlijk verdelen met haar vriendin. Hoeveel knikkers krijgen ze allebei?
_______________________15_______________________ knikkers
|
3 |
In groep 4 zitten 20 kinderen. De juf gaat trakteren. Hoeveel pakken van 10 marsen moet ze kopen?
_______________________2_______________________ marsen
|
4 |
Tante Fem maakt 20 gebakjes. Ze verdeelt deze over 4 gezinnen. Hoeveel gebakjes krijgt ieder gezin?
_______________________5_______________________ gebakjes
|
5 |
Op Nieuwsjaarsdag geeft oma 40 euro. Dit moet Fleur verdelen met haar zusje. Hoeveel euro krijgen ze allebei?
_______________________20_______________________ euro
|
6 |
Gijs en Nathan hebben 20 dropjes. Ze verdelen deze over zakjes. Per zakje gaan er 4 dropjes in. Hoeveel zakjes vullen de jongens?
_______________________5_______________________ zakjes
|
7 |
De juf heeft 20 lekkere snoepjes. Deze verdeelt ze over 2 kinderen. Hoeveel snoepjes krijgt ieder kind?
_______________________10_______________________ snoepjes
|
8 |
Op het pizzafeest zijn 9 stukken pizza. Deze worden verdeeld over 3 vrienden. Hoeveel stukken pizza krijgt iedereen?
_______________________3_______________________ stukken pizza
|
9 |
De boer heeft 30 appels geplukt. Hij verdeelt ze over zakjes van 5 appels. Hoeveel zakjes appels heeft de boer?
_______________________6_______________________ zakjes
|
10 |
Een stratenmaker heeft 50 tegels. Per rij gebruikt hij 10 tegels. Hoeveel rijen kan hij leggen?
_______________________5_______________________ rijen
|
Copyright 2024 © Redactiesommen.nl
Privacy beleid
Kijk ook eens op www.rekenspelletjes.nu en bijdeles.online (quiz taal/rekenen/spelling)






