
1 |
Een stratenmaker heeft 30 tegels. Per rij gebruikt hij 5 tegels. Hoeveel rijen kan hij leggen?
_______________________6_______________________ rijen
|
2 |
Er zijn 30 kinderen in het zwembad. De helft van de kinderen draagt nog zwembandjes. Hoeveel kinderen kunnen zwemmen zonder zwembandjes?
_______________________15_______________________ kinderen
|
3 |
In de tuin staan 20 bomen. 2 tuinmannen snoeien de bomen. Hoeveel bomen snoeit iedere tuinman?
_______________________10_______________________ bomen
|
4 |
Benthe heeft 40 knikkers en wil deze eerlijk verdelen met haar vriendin. Hoeveel knikkers krijgen ze allebei?
_______________________20_______________________ knikkers
|
5 |
Linn en Elize verkopen kettingen. Een ketting kost 5 euro. Ze halen 15 euro op. Hoeveel kettingen hebben de meisjes verkocht?
_______________________3_______________________ kettingen
|
6 |
Op het bureau liggen 20 pennen. De helft doet het niet meer. Hoeveel pennen doen het nog wel?
_______________________10_______________________ pennen
|
7 |
De boer heeft 50 appels geplukt. Hij verdeelt ze over zakjes van 10 appels. Hoeveel zakjes appels heeft de boer?
_______________________5_______________________ zakjes
|
8 |
Tante Eefje maakt 15 gebakjes. Ze verdeelt deze over 3 gezinnen. Hoeveel gebakjes krijgt ieder gezin?
_______________________5_______________________ gebakjes
|
9 |
Op het pizzafeest zijn 15 stukken pizza. Deze worden verdeeld over 3 vrienden. Hoeveel stukken pizza krijgt iedereen?
_______________________5_______________________ stukken pizza
|
10 |
Vader fietst in de vakantie 25 kilometer. Hij doet dit verspreid over 5 dagen. Hoeveel kilometer heeft vader per dag gefietst?
_______________________5_______________________ kilometer
|
Copyright 2024 © Redactiesommen.nl
Privacy beleid
Kijk ook eens op www.rekenspelletjes.nu en bijdeles.online (quiz taal/rekenen/spelling)






