
1 |
Er zijn 16 kinderen in het zwembad. De helft van de kinderen draagt nog zwembandjes. Hoeveel kinderen kunnen zwemmen zonder zwembandjes?
_______________________8_______________________ kinderen
|
2 |
De juf heeft 15 lekkere snoepjes. Deze verdeelt ze over 3 kinderen. Hoeveel snoepjes krijgt ieder kind?
_______________________5_______________________ snoepjes
|
3 |
Mark bakt 15 koekjes. Hij deelt deze over 3 vrienden. Hoeveel koekjes krijgt ieder vriendje?
_______________________5_______________________ koekjes
|
4 |
Op het bureau liggen 8 pennen. De helft doet het niet meer. Hoeveel pennen doen het nog wel?
_______________________4_______________________ pennen
|
5 |
In de kamer branden 20 kaarsen. Tristan blaast de helft van de kaarsen uit. Hoeveel kaarsen blijven er nog branden?
_______________________10_______________________ kaarsen
|
6 |
Vader fietst in de vakantie 50 kilometer. Hij doet dit verspreid over 5 dagen. Hoeveel kilometer heeft vader per dag gefietst?
_______________________10_______________________ kilometer
|
7 |
Op de markt liggen 50 sinaasappels. De groenteboer verdeelt dit eerlijk over 10 doosjes. Hoeveel sinaasappels gaan er in ieder doosje?
_______________________5_______________________ doosjes
|
8 |
Op Nieuwsjaarsdag geeft oma 20 euro. Dit moet Nadine verdelen met haar zusje. Hoeveel euro krijgen ze allebei?
_______________________10_______________________ euro
|
9 |
Jay en Merijn hebben 8 dropjes. Ze verdelen deze over zakjes. Per zakje gaan er 2 dropjes in. Hoeveel zakjes vullen de jongens?
_______________________4_______________________ zakjes
|
10 |
In groep 4 zitten 15 kinderen. De juf gaat trakteren. Hoeveel pakken van 5 marsen moet ze kopen?
_______________________3_______________________ marsen
|
Copyright 2024 © Redactiesommen.nl
Privacy beleid
Kijk ook eens op www.rekenspelletjes.nu en bijdeles.online (quiz taal/rekenen/spelling)






