
1 |
De oven staat al 490 minuten aan. In die tijd zijn er 7 taarten gebakken. Hoeveel minuten moest iedere taart in de oven?
_______________________70_______________________ minuten
|
2 |
Oom Justin moet 850 euro betalen in de speelgoedwinkel. Hij heeft alleen maar dozen lego gekocht van 25 euro per stuk. Hoeveel dozen lego heeft Justin gekocht?
_______________________34_______________________ dozen lego
|
3 |
Bij de ijscokraam kunnen ze 91 ijsjes maken. Ze willen deze verdelen over 7 smaken. Hoeveel ijsjes kunnen ze maken van elke smaak?
_______________________13_______________________ ijsjes
|
4 |
Het postkantoor heeft nog 110 postzegels. De postzegels zitten op kaartjes van 10. Hoeveel kaartjes met 10 postzegels heeft het postkantoor?
_______________________11_______________________ kaartjes
|
5 |
Bij het tuincentrum staan 320 viooltjes. Ze worden verdeeld over 16 kratten. Hoeveel viooltjes staan er in een krat?
_______________________20_______________________ viooltjes
|
6 |
De rozenkweker heeft 130 witte rozen. Hij maakt bossen van 10 rozen. Hoeveel bossen kan hij maken?
_______________________13_______________________ bossen
|
7 |
Evi heeft een kralenset van 160 kralen. Ze maakt 16 kettingen. Hoeveel kralen gebruikt ze per ketting?
_______________________10_______________________ kralen
|
8 |
Juf Sophie heeft 98 op haar kilometerteller staan. Haar vaste rondje fietsen is 7 kilometer. Hoeveel rondjes heeft ze gefietst?
_______________________14_______________________ rondjes
|
9 |
De moeder van Nova heeft 36 zegels. Ze plakt die op kaarten van 10 zegels. Hoeveel zegels houdt ze over waar ze geen volle kaart meer mee kan maken?
_______________________6_______________________ zegels
|
10 |
Voor zijn verjaardag gaat oom Pieter naar de poelier. Hij koopt voor 120 euro aan hapjesschalen. Hij heeft 12 hapjesschalen. Hoeveel euro kost één hapjesschaal?
_______________________10_______________________ euro
|
Copyright 2024 © Redactiesommen.nl
Privacy beleid
Kijk ook eens op www.rekenspelletjes.nu en bijdeles.online (quiz taal/rekenen/spelling)






