Oefenwereld.nl: Maak alle website reclamevrij! Spellingoefenen.nl: Spelling oefenen voor groep 3,4,5,6,7 en 8 Taaloefenen.nl: Taal oefenen voor groep 3,4,5,6,7 en 8 Sommenoefenen.nl: Sommen oefenen voor groep 3,4,5,6,7 en 8 Redactiesommen.nl: Cito rekenen met verhaaltjessommen


Naam: ___________________________________       Niveau: Groep 5 - Eind


1
In een tapasrestaurant worden op een avond 525 gerechtjes gedeeld over 25 tafels. Hoeveel gerechtjes zijn dat per tafel?
_______________________21_______________________ gerechtjes
2
Een onderzoeker legt 135 buisjes neer bij de chemische stoffen. Per stof heeft hij 9 buisjes. Hoeveel verschillende stoffen heeft de onderzoeker?
_______________________15_______________________ stoffen
3
De visboer heeft 26 haringen. Hij maakt bakjes met 4 haringen. Hoeveel haringen houdt de visboer over?
_______________________2_______________________ haringen
4
Bij het tuincentrum staan 300 viooltjes. Ze worden verdeeld over 15 kratten. Hoeveel viooltjes staan er in een krat?
_______________________20_______________________ viooltjes
5
De boer verdeelt 200 kilo aardappels over zakken van 10 kilo. Hoeveel zakken kan de boer maken?
_______________________20_______________________ zakken
6
In de pluktuin komt een bestelling van 525 bloembollen binnen. Per rij worden 25 bloembollen gebruikt. Hoeveel rijen kunnen er geplant worden?
_______________________21_______________________ rijen
7
Bij de supermarkt kun je zegels sparen. De moeder van Matthijs heeft 120 zegels. Ze plakt 12 boekjes vol met deze zegels. Hoeveel zegels gaan er in een boekje?
_______________________10_______________________ punten
8
De moeder van Meike heeft 58 zegels. Ze plakt die op kaarten van 9 zegels. Hoeveel zegels houdt ze over waar ze geen volle kaart meer mee kan maken?
_______________________4_______________________ zegels
9
Imke maakt met haar vriendinnen 60 roombroodjes om te verkopen. Ze verpakken 3 roombroodjes in een doosje. Hoeveel doosjes kunnen ze verkopen?
_______________________20_______________________ doosjes
10
Voor zijn verjaardag gaat oom Kamil naar de poelier. Hij koopt voor 160 euro aan hapjesschalen. Hij heeft 16 hapjesschalen. Hoeveel euro kost één hapjesschaal?
_______________________10_______________________ euro