Oefenwereld.nl: Maak alle website reclamevrij! Spellingoefenen.nl: Spelling oefenen voor groep 3,4,5,6,7 en 8 Taaloefenen.nl: Taal oefenen voor groep 3,4,5,6,7 en 8 Sommenoefenen.nl: Sommen oefenen voor groep 3,4,5,6,7 en 8 Redactiesommen.nl: Cito rekenen met verhaaltjessommen


Naam: ___________________________________       Niveau: Groep 5 - Midden


1
Bij de bakker moet Jordy 13,55 euro betalen. Hoe kan hij precies gepast betalen?
x_____ 6_____  x_____ 1_____  x_____ 1_____  x_____ _____  
x_____ _____  x_____ 1_____  
2
Imke heeft een briefje van 50 voor haar verjaardag gekregen. Ze wisselt dit bij haar moeder voor een briefje van 20 en een briefje van 10. Hoeveel briefjes van 5 krijgt ze er nog bij?
_______________________4_______________________ briefjes
3
De vader van Kyan gaat boodschappen doen en moet 7,75 euro betalen. Hoe kan hij precies gepast betalen?
x_____ 3_____  x_____ 1_____  x_____ 1_____  x_____ 1_____  
x_____ _____  x_____ 1_____  
4
De glazenwasser is geweest en moeder moet 72 euro contant betalen. Hoe kan ze precies gepast betalen?
x_____ 1_____  x_____ 1_____  x_____ _____  x_____ _____  
x_____ 1_____  x_____ _____  
5
Opa maakt zijn broekzakken leeg en dit geld komt er allemaal uit. Hoeveel euro is dit in totaal?
_______________________14,75_______________________ euro
6
Oma haalt snel even een paar boodschappen. Ze geeft deze munten aan de caissière om gepast te betalen. Hoeveel euro kosten de boodschappen?
_______________________12,65_______________________ euro
7
Thirza koopt snoep voor 0,70 euro. Ze betaalt met muntjes van 10 eurocent. Hoeveel muntjes moet Thirza geven?
_______________________7_______________________ munten
8
Oma gaat een bloemstukje kopen voor op de tuintafel. Ze moet 14,35 euro betalen. Hoe kan ze dit precies gepast betalen?
x_____ 7_____  x_____ _____  x_____ _____  x_____ 1_____  
x_____ 1_____  x_____ 1_____  
9
Mila gaat boodschappen doen en moet bij de kassa 49 euro betalen. Hoe kan ze precies gepast betalen?
x_____ _____  x_____ 2_____  x_____ _____  x_____ 1_____  
x_____ 2_____  x_____ _____  
10
Niek neemt heel zijn spaarpot mee naar de speelgoedwinkel. Hij kiept bij de kassa zijn spaarpot leeg en betaalt 47 euro. Met welke biljetten en muntjes kan Niek betalen?
x_____ _____  x_____ 2_____  x_____ _____  x_____ 1_____  
x_____ 1_____  x_____ _____