Oefenwereld.nl: Maak alle website reclamevrij! Spellingoefenen.nl: Spelling oefenen voor groep 3,4,5,6,7 en 8 Taaloefenen.nl: Taal oefenen voor groep 3,4,5,6,7 en 8 Sommenoefenen.nl: Sommen oefenen voor groep 3,4,5,6,7 en 8 Redactiesommen.nl: Cito rekenen met verhaaltjessommen


Naam: ___________________________________       Niveau: Groep 5 - Midden


1
Vader heeft een briefje van 100. Hij wisselt dit voor 1 briefje van 50 en een briefje van 20. Hoeveel briefjes van 10 krijgt hij er nog bij?
_______________________3_______________________ briefjes
2
In het tuincentrum koopt oma nieuwe plantjes voor de lente. Ze moet 46 euro betalen. Hoe kan oma gepast betalen?
x_____ _____  x_____ 2_____  x_____ _____  x_____ 1_____  
x_____ _____  x_____ 1_____  
3
Eline gaat boodschappen doen en moet bij de kassa 53 euro betalen. Hoe kan ze precies gepast betalen?
x_____ 1_____  x_____ _____  x_____ _____  x_____ _____  
x_____ 1_____  x_____ 1_____  
4
Laurens krijgt 100 euro vakantiegeld. Hij krijgt een briefje van 50 en een briefje van 10. Hoeveel briefjes van 20 krijgt hij er nog bij?
_______________________2_______________________ briefjes
5
Opa wisselt een briefje van 100 in bij de bank, Hij krijgt daarvoor 2 briefjes van 20 en 2 briefjes van 10. De rest krijgt hij in briefjes van 5. Hoeveel briefjes van 5 krijgt opa?
_______________________8_______________________ briefjes
6
Leon gaat met zjn vader even naar de snackbar om iets lekkers. Ze moeten 8,55 euro betalen. Hoe kunnen ze precies gepast betalen?
x_____ 4_____  x_____ _____  x_____ 1_____  x_____ _____  
x_____ _____  x_____ 1_____  
7
Opa maakt zijn broekzakken leeg en dit geld komt er allemaal uit. Hoeveel euro is dit in totaal?
_______________________14,75_______________________ euro
8
De vader van Fedde trakteert gebak op zijn werk voor zijn verjaardag. Hij moet bij de bakker 57 euro betalen. Hoe kan hij precies gepast betalen?
x_____ 1_____  x_____ _____  x_____ _____  x_____ 1_____  
x_____ 1_____  x_____ _____  
9
De glazenwasser is geweest en moeder moet 75 euro contant betalen. Hoe kan ze precies gepast betalen?
x_____ 1_____  x_____ 1_____  x_____ _____  x_____ 1_____  
x_____ _____  x_____ _____  
10
Annemijn koopt snoep voor 0,60 euro. Ze betaalt met muntjes van 10 eurocent. Hoeveel muntjes moet Annemijn geven?
_______________________6_______________________ munten