Oefenwereld.nl: Maak alle website reclamevrij! Spellingoefenen.nl: Spelling oefenen voor groep 3,4,5,6,7 en 8 Taaloefenen.nl: Taal oefenen voor groep 3,4,5,6,7 en 8 Sommenoefenen.nl: Sommen oefenen voor groep 3,4,5,6,7 en 8 Redactiesommen.nl: Cito rekenen met verhaaltjessommen


Naam: ___________________________________       Niveau: Groep 5 - Eind


1
Tante Imke koopt een nieuwe trui van 38,95 euro. Ze geeft 50 euro. Hoeveel euro krijgt tante Imke terug?
_______________________11,05_______________________ euro
2
Opa en oma gaan uiteten met hun kinderen en kleinkinderen. Ze moeten in het restaurant 342 euro betalen. Hoe kunnen ze precies gepast betalen?
x_____ 3_____  x_____ _____  x_____ 2_____  x_____ _____  
x_____ _____  x_____ 1_____  x_____ _____  
3
Elize koopt een armbandje van 11,95 euro. Ze geeft 20 euro. Wat kan Elize terugkrijgen?
x_____ _____  x_____ 1_____  x_____ 1_____  x_____ 1_____  
x_____ _____  x_____ _____  x_____ _____  x_____ 1_____  
4
Jay koopt een boek van 7,45 euro. Hij betaalt 10 euro. Welke munten kan Jay terugkrijgen?
x_____ 1_____  x_____ _____  x_____ 1_____  x_____ _____  
x_____ _____  x_____ 1_____  
5
Jurre moet bij de snackbar 12,15 euro betalen. Hij geeft 20 euro. Wat krijgt hij terug?
x_____ _____  x_____ 1_____  x_____ 1_____  x_____ _____  
x_____ 1_____  x_____ 1_____  x_____ 1_____  x_____ 1_____  
6
Loek koopt bij de bouwmarkt verf en moet 38,95 euro betalen. Bij de kassa geeft hij 50 euro. Hoeveel euro krijgt hij terug?
_______________________11,05_______________________ euro
7
Opa stopt eerst 1,80 euro in het parkeerautomaat en daarna nog 0,65 euro. Hoeveel euro heeft opa in het parkeerautomaat gestopt?
_______________________2,45_______________________ euro
8
De moeder van Yara doet boodschappen en moet 67,95 euro betalen. Ze geeft 80 euro. Hoeveel euro krijgt ze terug?
_______________________12,05_______________________ euro
9
Jorn moet in de winkel 368 euro betalen. Hoe kan hij precies gepast betalen?
x_____ 3_____  x_____ 1_____  x_____ _____  x_____ 1_____  
x_____ 1_____  x_____ 1_____  x_____ 1_____  
10
Norah telt de 5 eurocentjes in haar spaarpot. Eerst telt ze 1,95 euro. Daarna heeft ze nog 0,85 euro. Hoeveel euro heeft Norah?
_______________________2,80_______________________ euro