
1 |
Jay moet bij de snackbar 13,85 euro betalen. Hij geeft 20 euro. Wat krijgt hij terug?
|
||||||||||||||||||||||||||||||||
2 |
Oma koopt op de markt een krop sla van 1,35 euro en een paar mandarijnen voor 0,85 euro. Hoeveel euro moet oma betalen?
_______________________2,20_______________________ euro
|
||||||||||||||||||||||||||||||||
3 |
Een groep vrienden gaan naar een pretpark. Ze moeten 336 euro betalen als entreegeld. Hoe kunnen ze precies gepast betalen?
|
||||||||||||||||||||||||||||||||
4 |
Joas moet in de winkel 316 euro betalen. Hoe kan hij precies gepast betalen?
|
||||||||||||||||||||||||||||||||
5 |
De familie van Kate gaat een dag varen en huren boten. Ze moeten 316 euro huurgeld betalen. Hoe kunnen ze precies gepast betalen?
|
||||||||||||||||||||||||||||||||
6 |
De directeur van een basisschool gaat ijs kopen voor de hele school. Hij moet 347 euro betalen. Hoe kan hij precies gepast betalen?
|
||||||||||||||||||||||||||||||||
7 |
Nout koopt een doosje lego van 7,65 euro. Hij geeft 10 euro. Welke munten kan hij terugkrijgen?
|
||||||||||||||||||||||||||||||||
8 |
Marijn koopt bij de bouwmarkt verf en moet 82,50 euro betalen. Bij de kassa geeft hij 90 euro. Hoeveel euro krijgt hij terug?
_______________________7,50_______________________ euro
|
||||||||||||||||||||||||||||||||
9 |
Lieve telt de 5 eurocentjes in haar spaarpot. Eerst telt ze 1,80 euro. Daarna heeft ze nog 0,95 euro. Hoeveel euro heeft Lieve?
_______________________2,75_______________________ euro
|
||||||||||||||||||||||||||||||||
10 |
Joey koopt een zak snoep van 1,80 euro en een zakje chips van 0,95 euro. Hoeveel moet hij betalen?
_______________________2,75_______________________ euro
|
Copyright 2024 © Redactiesommen.nl
Privacy beleid
Kijk ook eens op www.rekenspelletjes.nu en bijdeles.online (quiz taal/rekenen/spelling)

















