Oefenwereld.nl: Maak alle website reclamevrij! Spellingoefenen.nl: Spelling oefenen voor groep 3,4,5,6,7 en 8 Taaloefenen.nl: Taal oefenen voor groep 3,4,5,6,7 en 8 Sommenoefenen.nl: Sommen oefenen voor groep 3,4,5,6,7 en 8 Redactiesommen.nl: Cito rekenen met verhaaltjessommen


Naam: ___________________________________       Niveau: Groep 5 - Eind


1
Een groep vrienden gaan naar een pretpark. Ze moeten 371 euro betalen als entreegeld. Hoe kunnen ze precies gepast betalen?
x_____ 3_____  x_____ 1_____  x_____ 1_____  x_____ _____  
x_____ _____  x_____ _____  x_____ 1_____  
2
Oom Casper moet bij het tuincentrum 53,95 euro betalen. Hij geeft 60 euro. Hoeveel euro krijgt Casper terug?
_______________________6,05_______________________ euro
3
De vader van Mette koopt een doosje schroeven van 1,10 euro en een zakje spijkers van 0,85 euro. Hoeveel moet de vader van Mette betalen?
_______________________1,95_______________________ euro
4
Tess gaat naar de slager en moet 7,95 euro betalen. Ze geeft 10 euro. Welke munten kan ze terugkrijgen?
x_____ 1_____  x_____ _____  x_____ _____  x_____ _____  
x_____ _____  x_____ 1_____  
5
Stella koopt een doosje lego Friends van 7,45 euro. Ze geeft 10 euro. Welke munten kan ze terugkrijgen?
x_____ 1_____  x_____ _____  x_____ 1_____  x_____ _____  
x_____ _____  x_____ 1_____  
6
De moeder van Wies doet boodschappen en moet 26,90 euro betalen. Ze geeft 30 euro. Hoeveel euro krijgt ze terug?
_______________________3,10_______________________ euro
7
Opa stopt eerst 1,65 euro in het parkeerautomaat en daarna nog 0,85 euro. Hoeveel euro heeft opa in het parkeerautomaat gestopt?
_______________________2,50_______________________ euro
8
Nahla moet nog 12,15 euro terug betalen aan haar vriendin. Ze geeft 20 euro. Wat kan ze terugkrijgen?
x_____ _____  x_____ 1_____  x_____ 1_____  x_____ _____  
x_____ 1_____  x_____ 1_____  x_____ 1_____  x_____ 1_____  
9
Josephine en Ali kopen een paar lekkere broodjes. Ze moeten 16,65 euro betalen. Ze geven 20 euro. Wat krijgen ze terug?
x_____ _____  x_____ _____  x_____ 1_____  x_____ 1_____  
x_____ _____  x_____ 1_____  x_____ 1_____  x_____ 1_____  
10
Berend koopt een boek van 6,75 euro. Hij betaalt 10 euro. Welke munten kan Berend terugkrijgen?
x_____ 1_____  x_____ 1_____  x_____ _____  x_____ 1_____  
x_____ _____  x_____ 1_____