
1 |
Op een feestje eten de kinderen pannenkoeken. Wie kan de meeste pannenkoeken op?
Jay: 9 X Alexander: 10 Xavi: 8 Nout: 6 |
2 |
De ober deelt 6 glazen cola uit en ook nog 3 glazen sinas. Hoeveel glazen deelt de ober uit?
_______________________9_______________________ glazen
|
3 |
De groenteboer heeft 11 mooie trossen bananen. Hij verkoopt 6 trossen. Hoeveel trossen bananen heeft hij nog over?
_______________________5_______________________ trossen bananen
|
4 |
4 kinderen raden hoeveel pepernoten in een pot zitten. Er zitten 20 pepernoten in de pot. Wie raadt het dichtst bij het antwoord 20?
Wessel: 25 Jamie: 16 Tijmen: 14 X Fedde: 23 |
5 |
Opa heeft 3 pizza`s. Hij snijdt elke pizza in 2 stukken. Hoeveel stukken pizza heeft opa?
_______________________6_______________________ stukken pizza
|
6 |
In een dierenwinkel staan 3 kooien met 2 papegaaien. Hoeveel papegaaien zijn er in de winkel?
_______________________6_______________________ papegaaien
|
7 |
In het park bloeien al 13 narcissen. Er worden er 6 kapot getrapt. Hoeveel narcissen staan er nog?
_______________________7_______________________ narcissen
|
8 |
4 kinderen raden hoeveel kaarten de postbode in zijn tas heeft. Er zitten 30 kaarten in de tas. Wie raadt het dichtst bij het antwoord 30?
Annemijn: 25 X Wouter: 28 Fabian: 33 Senna: 34 |
9 |
Nahla heeft 4 rode pennen en 5 blauwe pennen. Hoeveel pennen heeft Nahla?
_______________________9_______________________ pennen
|
10 |
4 kinderen raden hoeveel zakjes chips de juf heeft gekocht. De juf heeft er 25 gekocht. Wie raadt het dichtst bij het antwoord 25?
X Florian: 27 Isabel: 29 Daantje: 21 Sebastiaan: 22 |
Copyright 2024 © Redactiesommen.nl
Privacy beleid
Kijk ook eens op www.rekenspelletjes.nu en bijdeles.online (quiz taal/rekenen/spelling)






