
1 |
In de bus zitten 16 mensen. Er komen 8 mensen bij. Hoeveel mensen zitten nu in de bus?
_______________________24_______________________ mensen
|
||||||||||||||||
2 |
Mijn vader gaat pas om 11 uur naar bed. Hoe staan de wijzers?
X
|
||||||||||||||||
3 |
De school is om 3 uur uit. Hoe staan de wijzers van de klok?
X
|
||||||||||||||||
4 |
De timmerman maakt 2 stoelen. Later maakt hij nog 7 stoelen. Hoeveel stoelen maakt de timmerman?
_______________________9_______________________ stoelen
|
||||||||||||||||
5 |
Michael koopt een bouwpakket van 14 euro. Hoe kan hij precies gepast betalen?
|
||||||||||||||||
6 |
Moeder geeft 20 euro bij de kassa. De boodschappen kosten 7 euro. Hoeveel euro krijgt moeder terug?
_______________________13_______________________
|
||||||||||||||||
7 |
Vier vrienden gaan vissen. Wie vangt het minst?
Ruben: 12 Jonas: 9 Seth: 8 X Maarten: 4 |
||||||||||||||||
8 |
In de klas dragen 17 jongens een trui. Daarvan zijn 6 truien blauw. Hoeveel truien hebben een andere kleur?
_______________________11_______________________ truien
|
||||||||||||||||
9 |
Opa koopt op de markt vis voor 20 euro. Hoe kan hij precies gepast betalen?
|
||||||||||||||||
10 |
Zara heeft 2 rode ballonnen en 4 groene ballonnen voor haar feestje. Suze geeft haar nog 8 gele ballonnen. Hoeveel ballonnen heeft ze nu?
_______________________14_______________________ ballonnen
|
Copyright 2024 © Redactiesommen.nl
Privacy beleid
Kijk ook eens op www.rekenspelletjes.nu en bijdeles.online (quiz taal/rekenen/spelling)










