
1 |
Op de kinderboerderij lopen 18 schapen in de wei. Er ontsnappen 2 schapen. Hoeveel schapen zijn nog in de wei?
_______________________16_______________________ schapen
|
|||||
2 |
Elena rijdt 6 rondjes op haar paard. Na een pauze rijdt ze nog 7 rondjes. Hoeveel rondjes reed Elena in totaal op haar paard?
_______________________13_______________________ rondjes
|
|||||
3 |
Welke getal hoort op de puntjes? 12 - 14 - 16 - ... - 20
_______________________18_______________________
|
|||||
4 |
4 kinderen raden hoeveel zakjes chips de juf heeft gekocht. De juf heeft er 25 gekocht. Wie raadt het dichtst bij het antwoord 25?
Stella: 21 Juul: 29 X Jayden: 27 Samir: 22 |
|||||
5 |
In de tuin van het paleis staan 7 tulpen, 6 narcissen en 3 zonnebloemen. Hoeveel bloemen staan er in de tuin?
_______________________16_______________________ bloemen
|
|||||
6 |
2 uur 10 uur X 11 uur 8 uur |
|||||
7 |
Mama snijdt eerst 2 taartpunten, daarna snijdt ze nog 2 taartpunten en later nog 5 taartpunten. Hoeveel taartpunten heeft mama gesneden?
_______________________9_______________________ taartpunten
|
|||||
8 |
In de snoeppot van Lina zitten 3 snoepjes. Haar broer Tim heeft er 5. Hoeveel snoepjes hebben Lisa en Tim samen?
_______________________8_______________________ snoepjes
|
|||||
9 |
Kamil heeft deze briefjes en munten in zijn spaarpot. Hij krijgt 3 euro van zijn ouders. Hoeveel euro zit er nu in zijn spaarpot?
_______________________21_______________________ euro
|
|||||
10 |
Een schilder moet 12 deuren schilderen. Hij heeft 2 deuren gehad. Hoeveel deuren moet hij nog?
_______________________10_______________________ deuren
|
Copyright 2024 © Redactiesommen.nl
Privacy beleid
Kijk ook eens op www.rekenspelletjes.nu en bijdeles.online (quiz taal/rekenen/spelling)













