
1 |
Een schilder moet 19 deuren schilderen. Hij heeft 5 deuren gehad. Hoeveel deuren moet hij nog?
_______________________14_______________________ deuren
|
2 |
De juf deelt 9 dierenstickers, 6 bloemenstickers en ook nog 2 autostickers uit. Hoeveel stickers heeft de juf uitgedeeld?
_______________________17_______________________ stickers
|
3 |
Joas krijgt 5 euro om naar de snoepwinkel te gaan. Hij koopt snoep voor 3 euro. Hoeveel euro heeft hij nog over?
_______________________2_______________________
|
4 |
Mart heeft 9 blokjes op tafel. Hij laat 5 blokjes vallen. Hoeveel blokjes liggen er nog op tafel?
_______________________4_______________________ blokjes
|
5 |
In het restaurant staan 91 lege glazen. Er komen nog 10 glazen bij. Hoeveel lege glazen zijn er nu?
_______________________101_______________________ lege glazen
|
6 |
De timmerman gebruikt 3 spijkers om een stuk hout vast te maken. Als hij dit doet met 3 stukken hout, hoeveel spijkers heeft hij dan gebruikt?
_______________________9_______________________ spijkers
|
7 |
Op de kinderboerderij lopen 19 schapen in de wei. Er ontsnappen 5 schapen. Hoeveel schapen zijn nog in de wei?
_______________________14_______________________ schapen
|
8 |
Een ijsje kost 2 euro. De vader van Willem koopt 2 ijsjes. Hoeveel euro moet hij betalen?
_______________________4_______________________ euro
|
9 |
De stratenmaker moest nog 16 stenen leggen. Hij heeft er weer 5 gelegd. Hoeveel stenen moet de stratenmaker nog?
_______________________11_______________________ stenen
|
10 |
De juf gaat vandaag 5 bladzijden voorlezen. Voor de pauze heeft ze er al 2 gedaan. Hoeveel bladzijden leest de juf vandaag nog voor?
_______________________3_______________________ bladzijden
|
Copyright 2024 © Redactiesommen.nl
Privacy beleid
Kijk ook eens op www.rekenspelletjes.nu en bijdeles.online (quiz taal/rekenen/spelling)






