
1 |
In het weiland rennen 2 haasjes, 5 konijnen en er vliegen 3 roofvogels. Hoeveel dieren zie je in het weiland?
_______________________10_______________________ dieren
|
||||||||||||||||
2 |
Welk getal is het kleinst?
16 19 X 14 15 |
||||||||||||||||
3 |
Britt koopt een cadeautje voor haar moeder van 18 euro. Hoe kan ze precies gepast betalen?
|
||||||||||||||||
4 |
Annemijn heeft klusjes gedaan en verdient geld. Hoeveel euro heeft ze gekregen?
_______________________13_______________________ euro
|
||||||||||||||||
5 |
4 kinderen raden hoeveel zakjes chips de juf heeft gekocht. De juf heeft er 25 gekocht. Wie raadt het dichtst bij het antwoord 25?
Rens: 21 Jason: 28 Kaylee: 29 X Emily: 24 |
||||||||||||||||
6 |
Silke moet om 8 uur naar bed. Hoe staan de wijzers?
X
|
||||||||||||||||
7 |
9 uur X 4 uur 8 uur 6 uur |
||||||||||||||||
8 |
Fenne heeft 10 cavia`s. De helft is bruin. Hoeveel cavia`s zijn dat?
_______________________5_______________________ cavia`s
|
||||||||||||||||
9 |
Vier vrienden gaan vissen. Wie vangt het minst?
Imani: 9 X Milan: 4 Dani: 8 Alexander: 12 |
||||||||||||||||
10 |
Fien heeft 9 rode ballonnen en 6 groene ballonnen voor haar feestje. Mara geeft haar nog 2 gele ballonnen. Hoeveel ballonnen heeft ze nu?
_______________________17_______________________ ballonnen
|
Copyright 2024 © Redactiesommen.nl
Privacy beleid
Kijk ook eens op www.rekenspelletjes.nu en bijdeles.online (quiz taal/rekenen/spelling)










