
1 |
In totaal mag Romy 5 bolletjes ijs kiezen. Ze heeft er al 3 gekozen. Hoeveel bolletjes mag ze nog kiezen?
_______________________2_______________________ bolletjes
|
2 |
Op het bord liggen 5 pannenkoeken. Wessel eet 3 pannenkoeken op. Hoeveel pannenkoeken blijven er over?
_______________________2_______________________ pannenkoeken
|
3 |
4 kinderen raden hoeveel kaarten de postbode in zijn tas heeft. Er zitten 30 kaarten in de tas. Wie raadt het dichtst bij het antwoord 30?
Julia: 27 Lisa: 26 X Isabella: 32 Naomi: 24 |
4 |
De timmerman maakt 3 stoelen. Later maakt hij nog 7 stoelen. Hoeveel stoelen maakt de timmerman?
_______________________10_______________________ stoelen
|
5 |
4 kinderen tellen hun geld. Wie heeft het meest?
Ise: 16 Siem: 21 X Tessa: 23 Hugo: 19 |
6 |
Op de kinderboerderij lopen 16 schapen in de wei. Er ontsnappen 5 schapen. Hoeveel schapen zijn nog in de wei?
_______________________11_______________________ schapen
|
7 |
Oma heeft 5 mooie plantjes. Ze plant er 4 in haar tuin. Hoeveel plantjes heeft oma dan nog over?
_______________________1_______________________ plantjes
|
8 |
Welke getallen staan van klein naar groot?
X 44 - 46 - 48 - 49 32 - 34 - 36 - 35 12 - 16 - 14 - 19 22 - 26 - 24 - 28 |
9 |
Op een feestje eten de kinderen pannenkoeken. Wie kan de meeste pannenkoeken op?
X Nina: 7 Isis: 6 Noah: 5 Lize: 3 |
10 |
Welke getallen staan van klein naar groot?
X 21 - 24 - 28 - 29 22 - 27 - 25 - 29 31 - 33 - 38 - 37 13 - 17 -15 - 19 |
Copyright 2024 © Redactiesommen.nl
Privacy beleid
Kijk ook eens op www.rekenspelletjes.nu en bijdeles.online (quiz taal/rekenen/spelling)






