
1 |
Er branden 9 kaarsen op de taart. Julius blaast er 8 uit. Hoeveel kaarsen branden er nu nog?
_______________________1_______________________ kaarsen
|
2 |
4 kinderen raden hoeveel kaarten de postbode in zijn tas heeft. Er zitten 30 kaarten in de tas. Wie raadt het dichtst bij het antwoord 30?
Chris: 33 X Nout: 28 Annabel: 25 Maya: 34 |
3 |
De tuinman heeft al 15 plantjes geplant. Hij moet nog 4 plantjes doen. Hoeveel plantjes komen er in de tuin?
_______________________19_______________________ plantjes
|
4 |
4 kinderen maken een toets. Wie heeft het minste fout?
Cato: 5 David: 8 X Seth: 2 Twan: 6 |
5 |
Samuel heeft 8 knikkers vast. Hij stopt er 6 in zijn tas. Hoeveel knikkers heeft hij nog in zijn hand?
_______________________2_______________________ knikkers
|
6 |
4 kinderen rennen rondjes rond de school. Wie rent de minste rondjes?
X Mats: 15 Emma: 22 Jordy: 25 Jade: 18 |
7 |
Op het schoolplein zijn er 2 groepen met elk 4 kinderen die touwtje springen. Hoeveel kinderen zijn er aan het touwtje springen?
_______________________8_______________________ kinderen
|
8 |
De bakker maakt een taart met 12 kaarsjes. Moeder zet er nog 6 kaarsjes bij. Hoeveel kaarsjes staan er nu op de taart?
_______________________18_______________________ kaarsjes
|
9 |
Op het dak van een schuur liggen nieuwe 15 dakpannen. Door de wind vallen 3 dakpannen kapot. Hoeveel dakpannen zijn nog heel?
_______________________12_______________________ dakpannen
|
10 |
De tandarts moet 5 gaatjes vullen. Hij heeft er al 2 gedaan. Hoeveel gaatjes moet hij nog vullen?
_______________________3_______________________ gaatjes
|
Copyright 2024 © Redactiesommen.nl
Privacy beleid
Kijk ook eens op www.rekenspelletjes.nu en bijdeles.online (quiz taal/rekenen/spelling)






