
1 |
Op het feest van oma zijn 6 taartjes over. Olivia mag 3 taartjes mee naar huis nemen. Hoeveel taartjes zijn er dan nog over?
_______________________3_______________________ taartjes
|
2 |
Welke getallen staan van klein naar groot?
13 - 17 -15 - 19 X 21 - 24 - 28 - 29 31 - 33 - 38 - 37 22 - 27 - 25 - 29 |
3 |
Guus heeft 4 vissen in zijn aquarium. Hij koopt er 5 bij. Hoeveel vissen heeft hij nu?
_______________________9_______________________ vissen
|
4 |
Een kok maakt een salade met soorten groente. Hij gebruikt per salade 2 tomaten. De kok maakt 5 salades. Hoeveel tomaten gebruikt de kok?
_______________________10_______________________ tomaten
|
5 |
Niek heeft 10 knikkers vast. Hij stopt er 5 in zijn tas. Hoeveel knikkers heeft hij nog in zijn hand?
_______________________5_______________________ knikkers
|
6 |
Welke getal hoort op de puntjes? 11 - 13 - 15 - ... - 19
_______________________17_______________________
|
7 |
Beau heeft 10 auto`s. Hij speelt met 7 auto`s. Hoeveel auto`s speelt Beau niet mee?
_______________________3_______________________ auto`s
|
8 |
4 kinderen tellen hun geld. Wie heeft het meest?
Coen: 35 X Jasmijn: 48 Nynke: 32 Max: 24 |
9 |
Bij de slager liggen 19 gehaktballen. Hij verkoopt er 9. Hoeveel gehaktballen heeft de slager dan nog?
_______________________10_______________________ gehaktballen
|
10 |
Om een bankje te maken, gebruikt de vader van Melissa 8 grote en 3 kleine schroeven. Hoeveel schroeven heeft hij gebruikt?
_______________________11_______________________ schroeven
|
Copyright 2024 © Redactiesommen.nl
Privacy beleid
Kijk ook eens op www.rekenspelletjes.nu en bijdeles.online (quiz taal/rekenen/spelling)






