
1 |
Isa koopt 5 doosjes met gebakjes. In een doosje zitten 2 gebakjes. Hoeveel gebakjes koopt Isa?
_______________________10_______________________ gebakjes
|
||||||||||||||||
2 |
De school is om 3 uur uit. Hoe staan de wijzers van de klok?
X
|
||||||||||||||||
3 |
Merijn vindt allemaal losse muntjes op straat. Hoeveel euro heeft Merijn gevonden?
_______________________14_______________________ euro
|
||||||||||||||||
4 |
Groep 3 en groep 4 voetballen tegen elkaar. Aan het eind staat het 9 - 8 voor groep 4. Hoeveel doelpunten zijn er gemaakt?
_______________________17_______________________ doelpunten
|
||||||||||||||||
5 |
Op Nieuwjaarsdag krijgt James 5 euro van zijn tante. Van opa en oma krijgt hij ook nog 3 euro. Hoeveel euro heeft James in totaal gekregen?
_______________________8_______________________ euro
|
||||||||||||||||
6 |
Esther moet om 8 uur naar bed. Hoe staan de wijzers?
X
|
||||||||||||||||
7 |
Ik ga om 2 uur weg. Hoe staan de wijzers?
X
|
||||||||||||||||
8 |
Vandaag verdient Justin 1 euro. Morgen verdient hij het dubbele. Hoeveel euro verdient Justin morgen?
_______________________2_______________________ euro
|
||||||||||||||||
9 |
Taeke moet bij de supermarkt 13 euro betalen. Hoe kan Taeke precies gepast betalen?
|
||||||||||||||||
10 |
Er branden 12 kaarsen op de taart. Levi blaast er 11 uit. Hoeveel kaarsen branden er nu nog?
_______________________1_______________________ kaarsen
|
Copyright 2024 © Redactiesommen.nl
Privacy beleid
Kijk ook eens op www.rekenspelletjes.nu en bijdeles.online (quiz taal/rekenen/spelling)










