
1 |
Op een feest zijn 71 cupcakes. De bakker brengt nog eens 10 cupcakes. Hoeveel cupcakes zijn er nu om te delen?
_______________________81_______________________ cupcakes
|
||||||||||||||||
2 |
Opa koopt op de markt vis voor 13 euro. Hoe kan hij precies gepast betalen?
|
||||||||||||||||
3 |
8 uur 10 uur X 11 uur 2 uur |
||||||||||||||||
4 |
Jussuf heeft 6 vissen in zijn aquarium. Hij koopt er 3 bij. Hoeveel vissen heeft hij nu?
_______________________9_______________________ vissen
|
||||||||||||||||
5 |
Vader koopt op de markt 3 trossen met 3 bananen. Hoeveel bananen heeft vader gekocht?
_______________________9_______________________ bananen
|
||||||||||||||||
6 |
In het boeket met bloemen zitten 2 rozen, 2 tulpen en 5 margrieten. Uit hoeveel bloemen bestaat het boeket?
_______________________9_______________________ bloemen
|
||||||||||||||||
7 |
Op een boerderij zijn 3 hokjes met 2 lammetjes. Hoeveel lammetjes zijn er op de boerderij?
_______________________6_______________________ lammetjes
|
||||||||||||||||
8 |
In de winter wordt het om 5 uur al donker. Hoe staan de wijzers?
X
|
||||||||||||||||
9 |
Op zaterdag moet ik om 4 uur naar zwemles. Hoe staan de wijzers?
X
|
||||||||||||||||
10 |
Nynke gooit met 3 ringen. Ze gooit 3 keer 2 punten. Hoeveel punten heeft Nynke?
_______________________6_______________________ punten
|
Copyright 2024 © Redactiesommen.nl
Privacy beleid
Kijk ook eens op www.rekenspelletjes.nu en bijdeles.online (quiz taal/rekenen/spelling)













