
1 |
In een moestuin heeft Mia 2 rijen met 3 bessenstruiken. Hoeveel bessenstruiken staan er in de moestuin?
_______________________6_______________________ bessenstruiken
|
2 |
In de prullenbak liggen 2 pakjes. Ook liggen er 4 blikjes en 2 flesjes. Hoeveel dingen hebben de kinderen weggegooid?
_______________________8_______________________ dingen
|
3 |
4 kinderen tellen hun geld. Wie heeft het meest?
Carmen: 21 Naya: 19 X Naomi: 23 Adam: 16 |
4 |
Welke getallen staan van klein naar groot?
13 - 16 - 19 - 15 17 - 14 - 18 - 19 X 12 - 15 - 17 - 19 11 - 15 - 14 - 19 |
5 |
Oma koopt 2 zakken met krentenbollen. In één zak zitten 5 krentenbollen. Hoeveel krentenbollen koopt oma?
_______________________10_______________________ krentenbollen
|
6 |
Jip heeft 18 blokken om een toren te bouwen. Daarvan zijn 8 blokken rood. Hoeveel blokken hebben een andere kleur?
_______________________10_______________________ blokken
|
7 |
In een gymzaal zijn 5 rode ballen, 2 gele ballen en 2 groene ballen. Hoeveel ballen zijn er in de gymzaal?
_______________________9_______________________ ballen
|
8 |
In de boom slingeren 5 apen. 2 apen springen uit de boom. Hoeveel apen zijn er nu nog in de boom?
_______________________3_______________________ apen
|
9 |
Mama snijdt eerst 2 taartpunten, daarna snijdt ze nog 2 taartpunten en later nog 6 taartpunten. Hoeveel taartpunten heeft mama gesneden?
_______________________10_______________________ taartpunten
|
10 |
15 jongens gaan buiten basketballen. 8 jongens zijn nog in de klas. Hoeveel jongens zijn er al buiten?
_______________________7_______________________ jongens
|
Copyright 2024 © Redactiesommen.nl
Privacy beleid
Kijk ook eens op www.rekenspelletjes.nu en bijdeles.online (quiz taal/rekenen/spelling)






