
1 |
Eén autootje kost 2 euro. Damian koopt er 5. Hoeveel euro moet Damian betalen?
_______________________10_______________________ euro
|
2 |
Ninthe koopt een plant. Deze kostte eerst 15 euro. En nu nog 2 euro. Hoeveel euro is het goedkoper geworden?
_______________________13_______________________ euro
|
3 |
Nova plukt bloemen voor oma. Ze plukt 3 boterbloemen, 5 tulpen en 2 paardenbloemen. Hoeveel bloemen krijgt oma?
_______________________10_______________________ bloemen
|
4 |
In een moestuin heeft Willemijn 2 rijen met 4 bessenstruiken. Hoeveel bessenstruiken staan er in de moestuin?
_______________________8_______________________ bessenstruiken
|
5 |
Oom Robin koopt lekkere bonbons van 9 euro. Hij geeft 20 euro. Hoeveel euro heeft hij nog over?
_______________________11_______________________
|
6 |
13 jongens willen buiten basketballen. 4 jongens zijn nog in de klas. Hoeveel jongens zijn er al buiten?
_______________________9_______________________ jongens
|
7 |
4 kinderen raden hoeveel kaarten de postbode in zijn tas heeft. Er zitten 30 kaarten in de tas. Wie raadt het dichtst bij het antwoord 30?
Sofie: 27 Rosa: 26 X Noah: 32 Amber: 24 |
8 |
4 kinderen rennen rondjes rond de school. Wie rent de minste rondjes?
Laurens: 21 Adam: 16 Jack: 17 X Boaz: 9 |
9 |
X 2 uur 7 uur 9 uur 4 uur |
10 |
X 5 uur 7 uur 1 uur 3 uur |
Copyright 2024 © Redactiesommen.nl
Privacy beleid
Kijk ook eens op www.rekenspelletjes.nu en bijdeles.online (quiz taal/rekenen/spelling)






