
1 |
In de dierentuin zijn 3 grote olifanten en 7 baby olifanten. Uit hoeveel olifanten bestaat de olifantenfamilie?
_______________________10_______________________ olifanten
|
2 |
Ik ga om 2 uur weg. Hoe staan de wijzers?
X
|
3 |
Jill deelt 13 boeken uit. Laura deelt 6 boeken uit. Hoeveel boeken delen ze samen uit?
_______________________19_______________________ boeken
|
4 |
Welke getallen staan van klein naar groot?
8 - 13 - 16 - 9 X 7 - 9 - 12 - 15 9 - 5 - 11 - 16 11 - 14 - 17 - 19 |
5 |
7 uur X 2 uur 4 uur 9 uur |
6 |
Een kok maakt een salade met soorten groente. Hij gebruikt per salade 5 tomaten. De kok maakt 2 salades. Hoeveel tomaten gebruikt de kok?
_______________________10_______________________ tomaten
|
7 |
Vader koopt op de markt 2 trossen met 4 bananen. Hoeveel bananen heeft vader gekocht?
_______________________8_______________________ bananen
|
8 |
Eén brood kost 3 euro. Sofia koopt 2 broden. Hoeveel euro moet ze betalen?
_______________________6_______________________ euro
|
9 |
Op de kinderboerderij lopen 18 schapen in de wei. Er ontsnappen 4 schapen. Hoeveel schapen zijn nog in de wei?
_______________________14_______________________ schapen
|
10 |
Jason kijkt om 9 uur op de klok. Hoe staan de wijzers?
X
|
Copyright 2024 © Redactiesommen.nl
Privacy beleid
Kijk ook eens op www.rekenspelletjes.nu en bijdeles.online (quiz taal/rekenen/spelling)






