
1 |
Om een bankje te maken, gebruikt de vader van Josephine 7 grote en 9 kleine schroeven. Hoeveel schroeven heeft hij gebruikt?
_______________________16_______________________ schroeven
|
|||||
2 |
De bakker maakt een taart met 11 kaarsjes. Moeder zet er nog 8 kaarsjes bij. Hoeveel kaarsjes staan er nu op de taart?
_______________________19_______________________ kaarsjes
|
|||||
3 |
Op het bord liggen 9 pannenkoeken. Kay eet 5 pannenkoeken op. Hoeveel pannenkoeken blijven er over?
_______________________4_______________________ pannenkoeken
|
|||||
4 |
Lily verkoopt kaarten voor een goed doel. Hoeveel euro heeft ze daarmee opgehaald?
_______________________24_______________________ euro
|
|||||
5 |
Carlijn heeft 7 rode ballonnen en 6 groene ballonnen voor haar feestje. Pien geeft haar nog 3 gele ballonnen. Hoeveel ballonnen heeft ze nu?
_______________________16_______________________ ballonnen
|
|||||
6 |
De juf deelt 4 dierenstickers, 3 bloemenstickers en ook nog 6 autostickers uit. Hoeveel stickers heeft de juf uitgedeeld?
_______________________13_______________________ stickers
|
|||||
7 |
X 4 uur 9 uur 8 uur 6 uur |
|||||
8 |
In de boom slingeren 8 apen. 3 apen springen uit de boom. Hoeveel apen zijn er nu nog in de boom?
_______________________5_______________________ apen
|
|||||
9 |
Er zitten 18 mensen in de trein. Er stappen 4 mensen uit. Hoeveel mensen blijven nog zitten?
_______________________14_______________________ mensen
|
|||||
10 |
Mama snijdt eerst 2 taartpunten, daarna snijdt ze nog 4 taartpunten en later nog 2 taartpunten. Hoeveel taartpunten heeft mama gesneden?
_______________________8_______________________ taartpunten
|
Copyright 2024 © Redactiesommen.nl
Privacy beleid
Kijk ook eens op www.rekenspelletjes.nu en bijdeles.online (quiz taal/rekenen/spelling)









