
1 |
Duuk heeft 5 vissen in zijn aquarium. Hij koopt er 3 bij. Hoeveel vissen heeft hij nu?
_______________________8_______________________ vissen
|
||||||||||||||||
2 |
Thomas vindt 2 schelpen op het strand. Marijn vindt 8 schelpen. Hoeveel schelpen hebben ze samen gevonden?
_______________________10_______________________ schelpen
|
||||||||||||||||
3 |
Tom krijgt van zijn opa deze briefjes en munten. Hoeveel euro heeft hij gekregen?
_______________________18_______________________ euro
|
||||||||||||||||
4 |
X 5 uur 3 uur 1 uur 7 uur |
||||||||||||||||
5 |
De timmerman gebruikt 2 spijkers om een stuk hout vast te maken. Als hij dit doet met 2 stukken hout, hoeveel spijkers heeft hij dan gebruikt?
_______________________4_______________________ spijkers
|
||||||||||||||||
6 |
Mark koopt een bouwpakket van 18 euro. Hoe kan hij precies gepast betalen?
|
||||||||||||||||
7 |
De verhuisman heeft 14 dozen in de vrachtauto staan. Hij zet nog 5 dozen erbij. Hoeveel dozen staan er in de vrachtauto?
_______________________19_______________________ dozen
|
||||||||||||||||
8 |
3 vrienden kopen per persoon 2 snoeprollen. Hoeveel snoeprollen hebben ze samen?
_______________________6_______________________ snoeprollen
|
||||||||||||||||
9 |
X 10 uur 7 uur 9 uur 11 uur |
||||||||||||||||
10 |
Bij een speelgoed winkel kost een stempel 3 euro. Hoeveel kosten 2 stempels?
_______________________6_______________________ euro
|
Copyright 2024 © Redactiesommen.nl
Privacy beleid
Kijk ook eens op www.rekenspelletjes.nu en bijdeles.online (quiz taal/rekenen/spelling)













