
1 |
Op het bord liggen 7 pannenkoeken. Justin eet 6 pannenkoeken op. Hoeveel pannenkoeken blijven er over?
_______________________1_______________________ pannenkoeken
|
2 |
In een dierenwinkel staan 2 kooien met 4 papegaaien. Hoeveel papegaaien zijn er in de winkel?
_______________________8_______________________ papegaaien
|
3 |
De timmerman gebruikt 2 spijkers om een stuk hout vast te maken. Als hij dit doet met 2 stukken hout, hoeveel spijkers heeft hij dan gebruikt?
_______________________4_______________________ spijkers
|
4 |
Elise heeft 10 cavia`s. De helft is bruin. Hoeveel cavia`s zijn dat?
_______________________5_______________________ cavia`s
|
5 |
Lucas krijgt 5 euro om naar de snoepwinkel te gaan. Hij koopt snoep voor 2 euro. Hoeveel euro heeft hij nog over?
_______________________3_______________________
|
6 |
Groep 3 en groep 4 voetballen tegen elkaar. Aan het eind staat het 9 - 5 voor groep 4. Hoeveel doelpunten zijn er gemaakt?
_______________________14_______________________ doelpunten
|
7 |
Op het bord liggen 8 pizzapunten. Er worden 7 pizzapunten opgegeten. Hoeveel pizzapunten zijn er nog over?
_______________________1_______________________ pizzapunten
|
8 |
4 kinderen raden hoeveel kaarten de postbode in zijn tas heeft. Er zitten 30 kaarten in de tas. Wie raadt het dichtst bij het antwoord 30?
Jayden: 33 X Lars: 28 Sophie: 25 Carlijn: 34 |
9 |
Oma heeft 3 mooie plantjes. Ze plant er 2 in haar tuin. Hoeveel plantjes heeft oma dan nog over?
_______________________1_______________________ plantjes
|
10 |
Mama koopt in de snoepwinkel 8 toffees, 5 lolly`s en 2 zuurtjes. Hoeveel snoepjes koopt mama?
_______________________15_______________________ snoepjes
|
Copyright 2024 © Redactiesommen.nl
Privacy beleid
Kijk ook eens op www.rekenspelletjes.nu en bijdeles.online (quiz taal/rekenen/spelling)






