
1 |
Jesse moet 12 euro betalen in de winkel. Hij geeft eerst 6 euro. Hoeveel euro moet hij nog geven?
_______________________6_______________________ euro
|
2 |
De tandarts moet 5 gaatjes vullen. Hij heeft er al 2 gedaan. Hoeveel gaatjes moet hij nog vullen?
_______________________3_______________________ gaatjes
|
3 |
De brandweer heeft 4 brandblussers. Ze kopen nog 9 brandblussers extra. Hoeveel brandblussers hebben ze nu?
_______________________13_______________________ brandblussers
|
4 |
4 vrienden kopen per persoon 2 snoeprollen. Hoeveel snoeprollen hebben ze samen?
_______________________8_______________________ snoeprollen
|
5 |
In de bus zitten 14 mensen. Er komen 7 mensen bij. Hoeveel mensen zitten nu in de bus?
_______________________21_______________________ mensen
|
6 |
Op het schoolplein zijn er 3 groepen met elk 3 kinderen die touwtje springen. Hoeveel kinderen zijn er aan het touwtje springen?
_______________________9_______________________ kinderen
|
7 |
Er zitten 20 mensen in de trein. Er stappen 6 mensen uit. Hoeveel mensen blijven nog zitten?
_______________________14_______________________ mensen
|
8 |
Een ijsje kost 3 euro. De vader van Hidde koopt 3 ijsjes. Hoeveel euro moet hij betalen?
_______________________9_______________________ euro
|
9 |
4 kinderen raden hoeveel zakjes chips de juf heeft gekocht. De juf heeft er 25 gekocht. Wie raadt het dichtst bij het antwoord 25?
X Tom: 27 Tara: 29 Quinten: 22 Norah: 21 |
10 |
Moeder geeft 20 euro bij de kassa. De boodschappen kosten 7 euro. Hoeveel euro krijgt moeder terug?
_______________________13_______________________
|
Copyright 2024 © Redactiesommen.nl
Privacy beleid
Kijk ook eens op www.rekenspelletjes.nu en bijdeles.online (quiz taal/rekenen/spelling)






