
1 |
Welke getal hoort op de puntjes? 26 - 24 - ... - 20 - 18
_______________________22_______________________
|
|||||||||
2 |
Jay vindt allemaal losse muntjes op straat. Hoeveel euro heeft Jay gevonden?
_______________________14_______________________ euro
|
|||||||||
3 |
Op een boerderij zijn 2 hokjes met 3 lammetjes. Hoeveel lammetjes zijn er op de boerderij?
_______________________6_______________________ lammetjes
|
|||||||||
4 |
In de prullenbak liggen 2 pakjes. Ook liggen er 5 blikjes en 3 flesjes. Hoeveel dingen hebben de kinderen weggegooid?
_______________________10_______________________ dingen
|
|||||||||
5 |
De tuinman heeft al 11 plantjes geplant. Hij moet nog 7 plantjes doen. Hoeveel plantjes komen er in de tuin?
_______________________18_______________________ plantjes
|
|||||||||
6 |
4 kinderen raden hoeveel pepernoten in een pot zitten. Er zitten 20 pepernoten in de pot. Wie raadt het dichtst bij het antwoord 20?
X Lynn: 15 Anouk: 12 Senna: 26 Bibi: 13 |
|||||||||
7 |
4 kinderen rennen rondjes rond de school. Wie rent de minste rondjes?
Imke: 16 Melle: 19 Liz: 13 X Sophie: 11 |
|||||||||
8 |
Een schilder moet 20 deuren schilderen. Hij heeft 8 deuren gehad. Hoeveel deuren moet hij nog?
_______________________12_______________________ deuren
|
|||||||||
9 |
Thijmen heeft 3 konijnen. Hij geeft ze allemaal 3 bakjes voer. Hoeveel bakjes voer moet hij pakken?
_______________________9_______________________ bakjes voer
|
|||||||||
10 |
Oma heeft 14 stukken taart. Ze deelt 7 stukken uit. Hoeveel stukken taart heeft oma dan nog over?
_______________________7_______________________ stukken
|
Copyright 2024 © Redactiesommen.nl
Privacy beleid
Kijk ook eens op www.rekenspelletjes.nu en bijdeles.online (quiz taal/rekenen/spelling)








