
1 |
Groep 3 en groep 4 voetballen tegen elkaar. Aan het eind staat het 9 - 7 voor groep 4. Hoeveel doelpunten zijn er gemaakt?
_______________________16_______________________ doelpunten
|
||||||||||||||||
2 |
Opa koopt op de markt vis voor 20 euro. Hoe kan hij precies gepast betalen?
|
||||||||||||||||
3 |
Sami kijkt om 9 uur op de klok. Hoe staan de wijzers?
X
|
||||||||||||||||
4 |
Oma heeft 10 mooie plantjes. Ze plant er 3 in haar tuin. Hoeveel plantjes heeft oma dan nog over?
_______________________7_______________________ plantjes
|
||||||||||||||||
5 |
De tuinman heeft al 15 plantjes geplant. Hij moet nog 4 plantjes doen. Hoeveel plantjes komen er in de tuin?
_______________________19_______________________ plantjes
|
||||||||||||||||
6 |
Moeder geeft 20 euro bij de kassa. De boodschappen kosten 10 euro. Hoeveel euro krijgt moeder terug?
_______________________10_______________________
|
||||||||||||||||
7 |
Bij ons thuis eten we om 6 uur. Hoe staan de wijzers?
X
|
||||||||||||||||
8 |
8 uur 5 uur X 3 uur 11 uur |
||||||||||||||||
9 |
Vandaag verdient Tycho 1 euro. Morgen verdient hij het dubbele. Hoeveel euro verdient Tycho morgen?
_______________________2_______________________ euro
|
||||||||||||||||
10 |
Op het feest van oma zijn 9 taartjes over. Lize mag 2 taartjes mee naar huis nemen. Hoeveel taartjes zijn er dan nog over?
_______________________7_______________________ taartjes
|
Copyright 2024 © Redactiesommen.nl
Privacy beleid
Kijk ook eens op www.rekenspelletjes.nu en bijdeles.online (quiz taal/rekenen/spelling)










