
1 |
De tuinman heeft al 11 plantjes geplant. Hij moet nog 8 plantjes doen. Hoeveel plantjes komen er in de tuin?
_______________________19_______________________ plantjes
|
2 |
Pieter heeft 6 vissen in zijn aquarium. Hij koopt er 3 bij. Hoeveel vissen heeft hij nu?
_______________________9_______________________ vissen
|
3 |
Op het strand staan 13 parasols. Door de wind waaien 8 parasols kapot. Hoeveel hele parasols staan er nog?
_______________________5_______________________ parasols
|
4 |
Sarah heeft 7 chocolaatjes. Ze eet 4 chocolaatjes op. Hoeveel heeft ze er dan nog over?
_______________________3_______________________ chocolaatjes
|
5 |
Op het schoolplein zijn er 2 groepen met elk 5 kinderen die touwtje springen. Hoeveel kinderen zijn er aan het touwtje springen?
_______________________10_______________________ kinderen
|
6 |
Lola heeft 39 puzzelstukjes. Ze vindt nog 10 puzzelstukjes onder de bank. Hoeveel puzzelstukjes heeft Lola nu?
_______________________49_______________________ puzzelstukjes
|
7 |
Bij ons thuis eten we om 6 uur. Hoe staan de wijzers?
X
|
8 |
De ober deelt 2 glazen cola uit en ook nog 5 glazen sinas. Hoeveel glazen deelt de ober uit?
_______________________7_______________________ glazen
|
9 |
Op het bord liggen 7 pannenkoeken. Levy eet 6 pannenkoeken op. Hoeveel pannenkoeken blijven er over?
_______________________1_______________________ pannenkoeken
|
10 |
De stratenmaker moest nog 17 stenen leggen. Hij heeft er weer 7 gelegd. Hoeveel stenen moet de stratenmaker nog?
_______________________10_______________________ stenen
|
Copyright 2024 © Redactiesommen.nl
Privacy beleid
Kijk ook eens op www.rekenspelletjes.nu en bijdeles.online (quiz taal/rekenen/spelling)






