
1 |
Boer Harm heeft 2 koeien. De buurman heeft het dubbele aantal koeien. Hoeveel koeien heeft de buurman?
_______________________4_______________________ koeien
|
||||
2 |
In een gymzaal zijn 3 rode ballen, 2 gele ballen en 2 groene ballen. Hoeveel ballen zijn er in de gymzaal?
_______________________7_______________________ ballen
|
||||
3 |
Op zaterdag moet ik om 4 uur naar zwemles. Hoe staan de wijzers?
X
|
||||
4 |
Valentijn heeft 4 blokjes op tafel. Hij laat 2 blokjes vallen. Hoeveel blokjes liggen er nog op tafel?
_______________________2_______________________ blokjes
|
||||
5 |
James krijgt van zijn opa deze briefjes en munten. Hoeveel euro heeft hij gekregen?
_______________________18_______________________ euro
|
||||
6 |
Quinten heeft 10 lolly`s. Hij eet 4 lolly`s op. Hoeveel lolly`s heeft hij nog?
_______________________6_______________________ lolly`s
|
||||
7 |
De bakker maakt een taart met 18 kaarsjes. Moeder zet er nog 2 kaarsjes bij. Hoeveel kaarsjes staan er nu op de taart?
_______________________20_______________________ kaarsjes
|
||||
8 |
4 kinderen raden hoeveel snoepjes in de pot zitten. Er zitten 10 snoepjes in de pot. Wie raadt het dichtst bij het antwoord 10?
Sophie: 15 X Sara: 8 Rana: 14 Silke: 7 |
||||
9 |
Robin eet eerst 12 pepernoten, daarna nog 6 pepernoten. Hoeveel pepernoten eet Robin in totaal?
_______________________18_______________________ pepernoten
|
||||
10 |
Loek krijgt 5 euro om naar de snoepwinkel te gaan. Hij koopt snoep voor 2 euro. Hoeveel euro heeft hij nog over?
_______________________3_______________________
|
Copyright 2024 © Redactiesommen.nl
Privacy beleid
Kijk ook eens op www.rekenspelletjes.nu en bijdeles.online (quiz taal/rekenen/spelling)










